De sportclub is dood, leve de sportclub!

item_left

city pirates linkeroever

item_right

De sportclub is dood, leve de sportclub!

Pieter

Veel stedelijke sportclubs kunnen niet voortbestaan zonder zich aan te passen aan een veranderende omgeving. Hierdoor komt het beeld van de traditionele sportclub onder druk te staan. In de plaats van dat beeld komen er steeds meer praktijken waar de sociale en sportieve dimensie elkaar versterken. Deze aanpassing gebeurt omdat het werkt, maar ook omdat het niet anders kan. Hieruit valt veel te leren.

city pirates linkeroever

Traditionele sportclubs hebben het niet makkelijk in de stedelijke omgeving. Er komen allerlei uitdagingen op hen af. Een aantal daarvan overstijgt het petje van veel vrijwilligers. Armoede, diversiteit, het institutionele doolhof van de stad en het gebrek aan ruimte zorgen ervoor dat stedelijke sportclubs creatief moeten zijn. Hoe hou je de clubfinanciën gezond als 60 procent van de buurtbewoners rond de armoedegrens leeft? Hoe ga je als sportclub om met het nijpende infrastructuurtekort? Ga je de concurrentie aan met andere clubs voor de beperkte beschikbare ruimte? Waar kan je als club in de stad juist aankloppen voor steun? Hoe ga je als club om met een relatief nieuw en divers publiek als je al jaren een andere en etnisch-cultureel homogene groep gewoon bent?

Onleefbaar  

Herbronning dringt zich in veel gevallen op en de uitdagingen zijn voor sommige stedelijke clubs té groot. Een aantal onder hen slaagt er moeilijk in om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit. Het gevolg: een lege kantine, een beperkte ouderbetrokkenheid, problemen met de lidgelden, beperkte buurtbetrokkenheid of zelfs spanningen met de buurt. Op termijn is dit onleefbaar. Er zijn genoeg voorbeelden bekend van clubs die de boeken toe deden als gevolg van een worsteling met die nieuwe realiteit van de stad.  In Antwerpen is de teloorgang van voetbalclubs zoals Luchtbal Boys of Sparta Linkeroever een kras op het collectieve geheugen van een oudere generatie. 

Springlevend

Is de sportclub dan op sterven na dood? Volgens ons zeker niet. We zien ondertussen dat het verenigingsleven in de stad floreert en vele sportclubs zijn vandaag springlevend doordat ze zich anders organiseren. Een aantal clubs die zich vroeger traditioneel organiseerden ondergingen een gedaanteverwisseling. Dit gebeurde door een focus op een nieuwe sociale dimensie en via een aanpassing aan de behoeften van de buurt. In het aanpassingsproces aan een veranderende stedelijke realiteit vonden deze clubs een nieuwe bestaansreden en kwam er energie vrij. Dat gaat niet altijd over rozen. Maar via de weg der geleidelijkheid worden nieuwe antwoorden gevonden op complexe uitdagingen.

Traditie en toekomst op het Kiel

Eén voorbeeld daarvan is de Antwerpse club Beerschot Vrienden Atletiek Club (BVAC).  De club is opgericht in 1914 en kent een rijke geschiedenis. In 2007 was de club op sterven na dood. Het ledenaantal slonk tot minder dan 50 en vrijwilligers waren steeds moeilijker te rekruteren. De club kwam in een lijdensweg terecht. Voorzitter Betty Autrique vond dat het anders moest en trok aan de noodrem. Ze koos resoluut voor een sociale focus. Vandaag, 10 jaar later, is de club op drie locaties gevestigd en worden bijna 400 leden bereikt. Daarbij werkt men samen met allerlei sociale en sportieve partners zoals scholen en een buurtsportorganisatie. De club kreeg een nieuwe gedaante: zo worden er overdag lessen georganiseerd voor anderstalige nieuwkomers en vinden er schoolsportdagen plaats. Hiervoor krijgt BVAC vandaag ook ondersteuning van de Antwerpse sportdienst: een (tijdelijke) professionele werkkracht wordt mee ingezet om met de stedelijke uitdagingen te werken, ook al blijft de vrijwilliger in deze club een belangrijke plaats innemen.

Sociale piraten

Een ander voorbeeld is te vinden bij de voetbalclub City Pirates Antwerpen.  De club heette oorspronkelijk SC Merksem en kampte in 2004 met grote problemen. Het ledenaantal slonk, er waren vrijwilligersproblemen en de clubkas kon niet meer gespijsd worden. SC Merksem werd een eiland in de eigen buurt. Een nieuwe voorzitter kwam aan het roer die een oplossing zocht door de club meer te focussen op de nieuwe eigenheid van deze buurt. Dit vergde niet alleen goede wil, maar ook de juiste competenties. Het sociale project van deze club startte hier. Vandaag is de club een schoolvoorbeeld van een klassieke sportclub die zich omvormde tot een sociaal sportief project dat niet meer in een keurslijf is te plaatsen. Het is dus geen klassieke sportclub, maar evenmin is het louter een sociale werking. In het geleidelijke aanpassingsproces kreeg de club zelfs een nieuwe naam: City Pirates Antwerpen. De club telt nu bijna 1200 leden. Om dit sociale potentieel te maximaliseren zijn er vandaag vier professionele werkkrachten in de club. 

BX Brussels

Hetzelfde patroon nemen we waar in Brussel. Een interessante speler in deze stad is BX Brussels, het sociaal sportieve project van topvoetballer en ondernemer Vincent Kompany. Het groeide onder andere voort uit een samenwerking met enkele traditionele voetbalclubs die op hun tandvlees zaten. Vandaag zijn er ongeveer 12 beroepskrachten aan de slag. De club zet zeer sterk in op het omarmen van het grootstedelijk karakter waar meertaligheid een troef is. BX Brussels is lang niet het enige Brusselse sociaal sportieve voorbeeld dat ontstond uit een noodzakelijke herbronningsoefening van enkele traditionele voetbalclubs.

Nieuwe sociaal-sportieve praktijk

Kunnen we voorbeelden zoals Antwerp City Pirates, BX Brussels en BVAC nog beschouwen als traditionele sportclubs, ondanks hun rijke geschiedenis? Wat ons betreft niet. Een blik op hun huidige manier van werken toont enige grote verschillen met vroeger. Deze clubs draaien bijvoorbeeld niet louter met vrijwilligers. Ze zijn ook steeds vaker overdag open voor allerlei nevenactiviteiten en ontwikkelen een breed sociaal netwerk. Ze hebben doelstellingen die uitgesproken sociaal én sportief zijn. Wat wel nog werkte van de traditionele recepten werd meegenomen en gemengd met nieuwe oplossingen. Dit geeft een nieuwe identiteit waarin zowel het sociale als het sportieve aspect van essentieel belang zijn en mekaar als pijlers versterken. Dit is dus een evolutie naar een sociaal-sportieve praktijk, een term waar we later uitvoerig op terugkomen.

Urgentie

Niet overal is de situatie even prangend of veranderend als hierboven beschreven. We stellen vast dat de meest opvallende verhalen te vinden zijn op de plekken waar de uitdagingen zich het scherpst aftekenen. In Anderlecht, Molenbeek, Luchtbal en Linkeroever zijn armoede, diversiteit en de infrastructuuruitdagingen groot. Op andere plekken, zelfs aan de rand van de stad, zijn de uitdagingen en de problemen die hiermee te maken hebben veel minder scherp te merken. Toch tekent dit patroon zich ook daar af in mildere vorm. Sommige clubs slagen er daar in om tijdelijke schotten in te bouwen. Maar ons aanvoelen is dat wat zich vandaag in de stad voltrekt, zich binnen enkele decennia ook voorbij de stadmuren zal aftekenen. Net daarom is zo interessant om te kijken naar de plekken waar deze uitdagingen zich het duidelijkst aftekenen, als voorbode voor de toekomst.

Dit blogartikel maakt deel uit van de blogreeks 'Sociaal-sportieve praktijken' en is gebaseerd op de bevindingen van een essay dat geschreven werd door Demos-medewerker Pieter Smets. Het essay kwam tot stand via een samenwerking en met de steun van VUB-onderzoeksgroepen Sport & Society, RHEA en BCUS. Onderzoeker Rein Haudenhuyse werkte actief mee aan het essay.

Volgende artikel in deze reeks: Diverse sportclubs onder de radar

Meer info of vragen? Mail naar Pieter Smets: pieter.smets [at] demos.be

In samenwerking met: