Rechtstaan na de uppercut - De slag om diversiteit bij kunstenfestivals in Vlaanderen

item_left

item_right

Rechtstaan na de uppercut - De slag om diversiteit bij kunstenfestivals in Vlaanderen

Artikel

Begin augustus 2017 schreef Tunde Adefioye, stadsdramaturg bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, een scherp opiniestuk in De Standaard over Theater aan Zee (TAZ), een jaarlijks theaterfestival. Adefioye maakte zijn kritiek duidelijk met “Het festival in Oostende oogt niet alleen heel wit door zijn publiek, maar ook door de mentaliteit die er hangt” en “TAZ kan zichzelf niet langer een relevant festival noemen, als het niet oprecht gaat inzetten op ook de grote migrantengemeenschappen in Oostende”.

Uit de reacties die volgden, bleek dat de scherpe systeemkritiek die hieruit sprak als een uppercut aanvoelde voor veel professionals in het kunstenveld. Dat kwam op zijn beurt weer hard aan bij de andere zijde: “Het gros van de culturele sector heeft er echt nog geen benul van wat witheid juist betekent.”

Bij Dēmos merkten we deze verhitte discussie op als actor die het kunstenveld aanmoedigt om te werken op een manier die diversiteit en participatie hoog in het vaandel draagt. Vanuit deze taak en positie voelden wij ons aangesproken om het veld waarin en waarmee wij werken nog eens kritisch te bekijken en te bevragen. Dit doen we met het besef dat wij als organisatie met overwegend witte medewerkers geen neutrale observator zijn in dit verhaal, maar evengoed de tekst van Adefioye zien als een boodschap waarmee ook wij aan de slag moeten.

We bevroegen een twintigtal kunstenfestivals die werkingsmiddelen ontvangen vanuit het Vlaamse Kunstendecreet, waarin maatschappelijke en culturele diversiteit een van de criteria voor erkenning is. De bevraging ging over hun inspanningen rond diversiteit en participatie: wat gebeurt er al en wat kan beter? Negen organisaties lieten in hun kaarten kijken: Zomer van Antwerpen, Theaterfestival, Klarafestival, Kunstenfestivaldesarts, Gent Festival van Vlaanderen, het AlbaNova festival van Musica, Festival van Vlaanderen Mechelen/Kempen, Wilde Westen en B-Classic.

Dit artikel is een uitgestoken hand op het moment van de knock-out. Het toont de pogingen om werk te maken van een inclusief kunstenveld en benoemt tegelijk waar we tekortschieten. Want na de uppercut moet de sector rechtstaan en verder doen, met nieuwe moed en inzichten.

Toeleiding en publieksbemiddeling

In hoeverre de bevraagde kunstenfestivals een divers publiek bereiken, blijkt een kwestie van aanvoelen met de natte vinger te zijn. Enkel Zomer van Antwerpen doet jaarlijks kwantitatief publieksonderzoek in samenwerking met de dienst statistiek van de Stad Antwerpen. Er wordt daarbij gekeken in welke mate het publiek afwijkt van de demografie van de stad op vlak van leeftijd, geslacht, opleiding, herkomst, werkstatus en andere factoren. Geen enkele van de bevraagde kunstenfestivals ontkent echter dat het publiek vooral bestaat uit witte en hoger opgeleide mensen. En dit zien ze allemaal liever anders.

Anne Watthee van de publiekswerking van Kunstenfestivaldesarts vertelt hierover: “Onze grootste, algemene uitdaging is waarschijnlijk erg gelijklopend aan die van de hele culturele sector: dat de toeschouwers in onze zalen een weerspiegeling zouden mogen zijn van de doorsnede van de Brusselse samenleving. We wensen een festival voor, door en mét Brussel te zijn.”

Uit onze bevraging blijkt dat kunstenfestivals intensief inzetten op de toeleiding van een breed en divers publiek naar hun programmatie. Dit gebeurt onder meer via een samenwerking met partnerorganisaties die specifieke doelgroepen bereiken. Gratis tickets of een lage inkomprijs via een samenwerking met UiTPAS, A-kaart, Paspartoe, Fonds Vrijetijdsparticipatie of een ander kortingssysteem worden gezien als de logische en meest basale maatregel. Daarnaast krijgen sommige stafmedewerkers en vrijwilligers vorming rond inclusie, omkadert men voorstellingen op maat van een bepaalde doelgroep en neemt men praktische drempels weg zoals het organiseren van gratis vervoer of het voorzien van halal-maaltijden. In onze bevraging krijgen we deze concrete voorbeelden mee:

Wilde Westen is aanwezig op de Taalcafés van vzw Open Deur om contact te leggen met nieuwe Kortrijkzanen en haar aanbod voor te stellen in Bijt in Kortrijk, een maandelijkse kalender met taaliconen voor anderstaligen uitgebracht door de stad Kortrijk.

Foto: kinderkoor Shanti! Shanti! - © Klarafestival

Met het project Jouw Sleutel trekt het Klarafestival bij elke editie kansarme doelgroepen aan via een samenwerking met organisaties die dagelijks met deze groepen in contact staan. De groepen worden uitgenodigd om gratis een avond op het Klarafestival bij te wonen waarbij zoveel mogelijk drempels worden weggewerkt. Ze krijgen onder meer een omkadering op maat in de vorm van een inleiding en een hapje en drankje. Jaarlijks bereikt Klarafestival op die manier ongeveer 900 mensen die anders geen deel zouden uitmaken van het publiek. Veronique Vermeylen van de participatiewerking van het Klarafestival zegt hierover: “We zoeken naar een duurzame participatie, niet zomaar één keer een gratis concert. We willen laten zien aan mensen die wel een muzikale interesse hebben maar nog vele drempels ervaren, dat ze van harte welkom zijn.”

Gent Festival van Vlaanderen doet ook inspanningen om outreachend te werken. “In november doen we een roadshow waarbij we in een twintigtal woonzorgcentra een concert organiseren”, zegt zakelijk directeur Barbara Stevens. “Dit deden we ook al met Victoria Deluxe: een voorstelling organiseren in de gevangenis van Gent voor, door en met de bewoners van de gevangenis, maar ook voor ons reguliere publiek. We zijn nu in gesprek met de nieuwe imam in Gent om te bekijken of we in de toekomst een concert kunnen organiseren in de moskee.”

De meeste festivals geven aan dat publiekswerking een belangrijk onderdeel vormt van hun werking en dat een fulltime kracht die inzet op het toeleiden van diverse doelgroepen geen overbodige luxe is. Daarover zegt Fleur Martin, communicatie- en publieksmedewerker bij de koepelorganisatie Wilde Westen: “Ik worstel met de tijd en de intensiteit die dergelijke contacten vragen. Er is niet één strategie. Elke minderheidsgroep is anders en binnen elke groep zit er nog eens een grote diversiteit. Elke groep vraagt een andere persoonlijke aanpak.”

Participatieve projecten en lokale verankering

Naast het toeleiden van een divers publiek naar de programmatie, zetten organisatoren ook stevig in op projecten waarmee ze mensen, die ze doorgaans niet bereiken in het publiek, op een actievere manier betrekken. Deze projecten zijn vaak gelinkt aan het artistieke programma. Zo organiseerde het Kunstenfestivaldesarts, naar aanleiding van de voorstelling Displacement, een vijfdaagse dansworkshop met choreograaf Mithkal Alzghair. Op vraag van de kunstenaar zelf zocht het Kunstenfestivaldesarts naar een intergenerationele groep vrouwen met verschillende dans- en levenservaringen. Sommige vrouwen schreven zich spontaan in, anderen werden gericht aangesproken via samenwerking met onder meer Globe Aroma en Cinemaximiliaan.    

Het Kunstenfestivaldesarts zet ook in op contacten van een langere termijn met specifieke doelgroepen die men doorgaans niet bereikt in het publiek, bijvoorbeeld via de vrijwilligerswerking. Het festival is sinds 2013 erkend als officiële plek ‘Oefenkans Nederlands’ door het Huis van het Nederlands en werkt hiervoor samen met verschillende partners. Cursisten kunnen hun Nederlands in de praktijk oefenen als vrijwilliger op het festival. Hieraan gaat een intensief voortraject vooraf waarbij de vrijwilligers maandelijks op culturele uitstap gaan met leden van de festivalploeg. Wie het wilt, krijgt een badge met de tekst ‘Ik leer Nederlands’ als signaal naar het festivalpubliek om zo veel mogelijk Nederlands te spreken met de vrijwilligers. Anne Watthee: “Sinds 2013 is de vrijwilligersploeg van het festival door deze aanpak veel diverser geworden”.

Festivals zoeken via participatieve projecten ook naar een lokale verankering. Ze maken lokale initiatieven zichtbaar of betrekken burgers uit de stad waar het festival doorgaat. Festival van Vlaanderen Mechelen/Kempen organiseert het scholenproject Stemmen voor Vrede. Meer dan 200 kinderen krijgen zo de kans om met professionele muzikanten van het kamerorkest Casco Phil te werken en te zingen in de Sint Romboutskathedraal. ​Tot 2017 ondersteunde het Klarafestival het Brusselse kinderkoor Shanti!Shanti! van MET-X in de vorm van verschillende podiummomenten, waarvan één op het Klarafestival zelf.

Festivals werken ook samen met lokale organisaties die zelf artistiek werken met diverse doelgroepen. “Je hoeft het warm water niet uit te vinden”, zegt Barbara Stevens van het Gent Festival van Vlaanderen. “Er beweegt heel veel in Gent. Er zijn lokale initiatieven zoals de Ledebirds die super werk doen. Deze projecten staan dicht bij de mensen zelf. Wat wij kunnen inbrengen is een professioneel kader, naamsbekendheid en een breed publiek.”

Foto: project Stemmen voor Vrede - festival van Vlaanderen editie 2014 - © Alidoor Dellafaille

Ook een nomadisch festival als het Theaterfestival zoekt naar manieren om meer aan de slag te gaan met de diversiteit in de lokale context. Zoals directeur Kathleen Treier het verwoordt: “In Brussel proberen we een eerste aanzet te doen. We bieden een contextprogrammatie aan, met onder meer MAPPING Brussel en Transfo Collect. Ook de reflecterende functie van het festival maakt linken naar initiatieven in de stad met de studiedag De Staat van de Stad.”

Sommige festivals proberen hun inspanningen ook structureel te verankeren. Het Klarafestival speelde de voorbije editie in op het actuele thema identiteit en de vluchtelingencrisis. Naar aanleiding hiervan zette het Klarafestival het project ‘The Sound of Home’ op in samenwerking met SOS Kinderdorpen. Dit academiejaar ondersteunt het festival via dit project 200 jonge vluchtelingen in Vlaanderen en Wallonië om een opleiding te volgen aan de plaatselijke muziekacademie. Een ander voorbeeld is hoe Musica sinds enkele jaren het muziekeducatieproject Ukelila begeleidt waarbij kinderen de kans krijgen een instrument te leren bespelen in schoolverband. Het is de ambitie van Musica om dergelijke projecten ook een plek te geven op het AlbaNova festival. Gent Festival van Vlaanderen is gestart met het project Studio Story. De doelstelling is om kinderen uit de Gentse wijk Muide-Meulestede hun muzikale talenten te laten ontdekken. Daarbij werkt een twintigtal kinderen in wekelijkse workshops in het buurthuis naar een toonmoment toe op de Muidefeesten en op Kids Odegand. De workshops worden afgewisseld met culturele bezoeken in Gent.

Bijna alle bevraagde festivals hopen dat hun inspanningen op vlak van diversiteit en participatie een pijl terug maken en ertoe leiden dat mensen autonoom terugkeren naar hun festival, zonder de intensieve begeleiding die ze in allerlei omkaderende projecten inzetten. Dit lukt slechts met mondjesmaat. “In 2016 en 2017 zijn een paar jongeren van het Brusselse jeugdhuis Chicago voor het eerst op eigen houtje naar een voorstelling gegaan. Dat is iets dat nog uitzonderlijk blijft en het resultaat is van een project dat reeds zes jaren bestaat”, zegt Anne Watthee van het Kunstenfestivaldesarts.

Sommigen roepen op tot enige realiteitszin. Zo zegt Paul Craenen, directeur van Musica: “Onze ervaring met kunsteducatieve en meer sociaal-artistiek gerichte contexten leert ons dat mensen overtuigen tot participatie een geduldig en arbeidsintensief werk vormt, waarbij ook het opbouwen van een vertrouwensband cruciaal is. Die tijd ontbreekt helaas vaak bij creatietrajecten in aanloop naar een festival.”

Craenen benadrukt dat ook de presentatiecontext van een festival druk met zich meebrengt: “Zodra je iets presenteert waarbij het proces in zekere zin belangrijker is dan het resultaat, moet je dat aan een festivalpubliek dat met terechte hoge verwachtingen een verplaatsing maakt, heel goed kunnen uitleggen en duiden. Ik geloof echter wel dat we kunnen werken naar een festivalcontext waar bijdragen van professionele artiesten en presentaties van cocreatieve of educatieve trajecten op een meer vanzelfsprekende manier naast en met elkaar kunnen staan.”

Een diverse programmatie

Voor de meeste bevraagde kunstenfestivals is diversiteit niet meteen een uitgangspunt bij de opmaak van de programmatie, tenzij op artistiek vlak. “Ons uitgangspunt is dat diversiteit in de eerste plaats artistiek vorm moet krijgen”, zegt Craenen. Of zoals Jelle Dierickx, directeur van Festival van Vlaanderen Mechelen/Kempen het verwoordt: “Ik ga nooit denken: nu ga ik eens werken rond participatie. Ik zoek naar interreligieuze dialoog, maar het moet echt zijn. Geen fake fusion. Inhoud, inhoud, inhoud, daar gaat het om.” Dat vertaalt zich in veel gevallen wel in een cultureel divers programma met een internationale, niet-westerse uitstraling, maar naar divers talent van eigen bodem is het zoeken.

Etnisch-culturele diversiteit wordt programmatorisch nog vooral geassocieerd met maatschappelijke thema’s als integratie en migratie, en dat schuurt. Festivalmanager Kris Jannis van B-Classic bijvoorbeeld had een dubbel gevoel bij een kerstconcert dat B-Classic vorige winter organiseerde voor vluchtelingen: “We bereikten 200 vluchtelingen maar hadden het gevoel dat we deze mensen muzikaal op hun honger lieten zitten. Het concert werd gemaakt en uitgevoerd door witte mensen, aangevuld door slechts twee Syrische muzikanten. Op het einde van het concert speelden zij hun eigen muziek en opeens was iedereen mee. Dat is een les.”  

Sommige festivals geven aan op limieten te botsen op vlak van de programmatie door de identiteit van hun festival. Barbara Stevens van het Gent Festival van Vlaanderen: “Het vereist een bepaald niveau om op het festival te staan. We kunnen wel mensen een podium geven, maar natuurlijk moeten we voldoen aan bepaalde criteria. Op Odegand en Parklife zijn de mogelijkheden wel breder.” Niet iedereen is het overigens eens met de nood aan een aangepaste programmatie. “Het hangt af van wat je doel is. Wij zetten in op toeleiding met actieve drempelverlaging. We gaan ons repertoire niet aanpassen”, zegt Veronique Vermeylen van de participatiewerking van het Klarafestival.

Het festivalconcept van B-Classic in Limburg leent zich ertoe om uit de comfortzone te stappen door de meer vernieuwende, onconventionele benadering van klassieke muziek. Hun pressure cooking werkwijze brengt gerenommeerde muzikanten en jong geweld samen om in een beperkt aantal repetitie-uren nieuwe werken te repeteren, telkens in andere ensembles. In de volgende editie breidt B-Classic zijn terrein uit naar Genk en wil het op programmatorisch vlak absoluut aan de slag met de culturele diversiteit die Genk rijk is.

Het Theaterfestival voert momenteel een grondige analyse uit van de eigen organisatie op vlak van culturele diversiteit met de Scan & Do van het Kunstenpunt, het Sociaal Fonds voor de Podiumkunsten en het Minderhedenforum. In afwachting van de resultaten zoekt het al voorzichtig naar manieren om de eigen format te doorbreken. Kathleen Treier, directeur van het Theaterfestival: “Een festival is vaak een selectie van het beste wat er is. Maar wat is dat dan en wie bepaalt dit? We hebben daarin een shift gemaakt ten opzichte van het vorige beleidsplan. We programmeren niet per se de beste voorstellingen, maar wel de meest belangwekkende waarbij er iets gebeurd is of iets is aangeraakt. Dat kan op artisitiek maar ook op maatschappelijk vlak zijn, zoals vorig jaar met de voorstelling ‘C’est pas parce-que tu t’arrètes de pedaler que ton velo va s’arrêter’. Maar het blijft het Theaterfestival. Dat bestaat al 25 jaar, het is een belangrijk sectormoment en mensen hebben daar een bepaald beeld van.”

Wat uit de bevraging het meest opvalt, is dat de programmatie doorgaans in handen ligt van witte hoogopgeleide professionals. Er wordt met mondjesmaat geëxperimenteerd om hier verandering in te brengen. Zo werkt het AlbaNova festival jaarlijks met een wisselende festivalgast die mee programmeert en telkens een nieuw netwerk van muzikanten, visies en connecties binnenbrengt. Het festival geeft ook inspraak aan het publiek. Paul Craenen: “Vorig jaar vroegen we aan een dwarsdoorsnede van ons festivalpubliek feedback over verschillende aspecten van het festival, van de organisatie en communicatie tot onze missie en het programma-aanbod. De uitkomst hiervan was zo waardevol dat we hiermee zeker doorgaan en het gesprek nog willen verdiepen. Op die manier bouwen we met AlbaNova aan een model van gedeeld engagement waarbij zowel de festivalartiesten, het publiek, de actieve deelnemers als wijzelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen.”

Ruimte maken

De meest radicale aanpak om de eigen programmatie diverser te maken, vonden we bij de Zomer van Antwerpen. Net als vele anderen stelde directeur Patrick De Groote vast dat zijn publieksprofiel veel te wit en te oud was. Het deed hem besluiten om de inhoudelijk-programmatorische kant van het festival meer en meer uit handen te geven. Dit is te merken bij de Zomerfabriek, een oude gasfabriek in Zurenborg en intussen bij de Zomer van Antwerpen dé plek voor jong stedelijk talent. Twee maanden lang biedt de Zomerfabriek een overvolle agenda aan workshops, street parcours, dance battles en spoken word. Een groot deel van de programmatie is gratis en participatief tot stand gekomen. De jonge artiesten worden professioneel omkaderd en eerlijk vergoed. En die aanpak werkt, ook op het niveau van het publiek: op enkele jaren tijd is het percentage van jongeren met een migratie-achtergrond toegenomen van 5 procent naar meer dan 35 procent van de festivalbezoekers.

Foto: artiesten bij de Zomerfabriek 2017 - © Jonas Roosens

Elisabeth Severino Fernandez is freelance programmator bij de Zomerfabriek. “Ik was zelf al bezig met Mama’s Open Mic en actief bij Reggae Geel. Patrick (De Groote, nvdr) heeft mij aangesproken en mij eigenlijk carte blanche gegeven.” Die carte blanche mag de lezer gerust heel letterlijk nemen. Ze begeleidt en programmeert Open Mic’s en Jamming Sundays, begeleidt de summer labs mee en beheert ook zelf het programmatiebudget. Fernandez: “Als je een witte kunstenaar bent, zijn bepaalde prijzen heel normaal. Maar als je dat werk doet vanuit een meer autodidactische achtergrond moet aan de slag met vrijwilligerscontracten. Bij de Zomer van Antwerpen kan ik zelf beslissen wat ik betaal, maar in veel andere instituten wordt die kunstvorm die bij ons aan bod komt niet even serieus genomen. Ik ben dat persoonlijk echt beu.”

Intussen bereikt de Zomerfabriek meer dan 100.000 jongeren van allerlei afkomst. Fernandez: “Je kan niet organiseren voor iedereen. Dat bestaat niet. Je moet zorgen dat mensen zich kunnen herkennen, op en achter het podium. Als je dat niet doet, voelen mensen dat het fake is. Dat moet je structureel aanpakken en dat doe je door opzij te schuiven. Het is de taak van professionals om hun eigen netwerk in vraag te stellen. Is je ego sterk genoeg om een stap opzij te zetten?” Dit past Elisabeth Severino Fernandez ook op haar eigen netwerk toe. Ze programmeert intussen samen met twee jonge vrouwelijke collega’s, Samira Saleh en Eva Balemans. “Je moet je programmatie en je eigen connecties voortdurend in vraag blijven stellen. In Amerika heb ik geleerd dat je ernaar moet streven om jezelf op termijn te laten vervangen. Dat heeft mij doen beseffen dat ik andere jonge mensen moet betrekken bij het organiseren en hen ook mee moet laten programmeren.”

Conclusie

Uit onze bevraging blijkt dat kunstenfestivals verschillende strategieën inzetten om werk te maken van maatschappelijke en culturele diversiteit binnen hun festivalcontext. De eerste is die van toeleiding en publieksbemiddeling. Een achterliggende motivatie hierbij is dat festivals drempels willen wegnemen opdat iedereen kan genieten van het artistieke aanbod en het publiek een afspiegeling van de (super)diverse samenleving is. Vaak werken ze daarvoor samen met sociale partners en zelforganisaties.

Een tweede strategie zet in op participatieve trajecten en lokale verankering. Hiervoor werken festivals met kunstenaars of lokale culturele organisaties die ervaring hebben in participatief werken of diverse doelgroepen reeds bereiken. De overtuiging leeft dat actieve betrokkenheid een insteek kan zijn om mensen te laten proeven van een kunstvorm waarmee ze nog onbekend zijn of minder affiniteit hebben. Een derde strategie is die van het divers maken van het aanbod zelf. Bij de meeste festivals nemen niet-westerse kunstenaars automatisch een deel van de programmatie in. Dat is dan het geval door een internationale uitstraling van het festival, of omdat festivals bewust zoeken naar diverse culturele referentiekaders of een link hebben met een actueel maatschappelijk thema zoals migratie en identiteit.  

De Zomer van Antwerpen stak als praktijkvoorbeeld boven het maaiveld uit in onze bevraging. De organisatoren van dit festival kunnen met de Zomerfabriek indrukwekkende cijfers voorleggen van reële vooruitgang op vlak van culturele diversiteit, zowel in het publiek, op het podium als in het vrijwilligers- en personeelsbestand. Daarin herkennen we een vierde strategie voor maatschappelijke en culturele diversiteit: ruimte maken. Deze strategie stuurt aan op structurele verandering bij kunstenorganisaties. Het houdt in dat je jouw eigen netwerk en expertise kritisch bevraagt en actief op zoek gaat naar menselijk kapitaal dat inspirerend is voor mensen die je met een huidig aanbod niet of te weinig kan bereiken. Dat talent ga je dan erkennen op zijn artistieke merites en gelijkwaardig professioneel omkaderen en financieren. Als festivals deze nieuwe input serieus nemen, zal dat onvermijdelijk invloed beginnen uitoefenen op de eigen beslissingsprocessen, het personeelskader en het bestuur. Het streefdoel is dan een diverse kunstenpraktijk die in handen ligt van vele burgers.

Werk maken van maatschappelijke en culturele diversiteit is dus duidelijk een én-én-én verhaal. Geen enkele van de hierboven beschreven strategieën mag onoverwogen of onbenut blijven. Maar het schoentje knelt bij ‘ruimte maken’, want daarop wordt veel te weinig ingezet. Zolang mensen met een migratie-achtergrond louter een publiek of doelgroep blijven en niet als gelijke kunstenaar of cultuurprofessional in het centrum van de kunstpraktijk staan, blijft de slag om diversiteit een oneerlijk en onecht gevecht.

Het advies aan kunstenfestivals en bij uitbreiding de hele culturele sector is dan ook om op inhoudelijk-programmatorisch vlak het geweer van schouder te veranderen. Het gaat dan om een verhaal van kansen creëren op alle niveaus en ruimte maken voor artistiek-inhoudelijke expertise waar mensen die je op dit moment niet bereikt, zich wel in kunnen herkennen. Die expertise bestaat, zo bewijst de Zomerfabriek in Antwerpen. Elisabeth Severino Fernandez: “Kom mij niet vertellen dat je ‘hen’ niet vindt. Er is ongelooflijk veel talent. Je moet het herkennen als het er staat en dan kunnen zeggen: dit is goed.”

Ruimte maken en openstaan voor een bredere cultuurpraktijk is dus de boodschap. Laat die binnenkomen bij het duizelen na de uppercut. En dan: rechtstaan!

Tekst: An Van den Bergh (Dēmos vzw)

Met dank aan: Patrick De Groote en Elisabeth (‘Elly’) Severino Fernandez (Zomer van Antwerpen), Kathleen Treier (Theaterfestival), Veronique Vermeylen (Klarafestival), Anne Watthee (Kunstenfestivaldesarts), Barbara Stevens (Gent Festival van Vlaanderen), Paul Craenen (Albanovafestival Musica), Jelle Dierickx (Festival van Vlaanderen Mechelen/Kempen), Fleur Martin (Wilde Westen), Kris Jannis en Bob Permentier (B-Classic).

Dit artikel is ook te lezen en te downloaden vanuit deze pdf. De reflectietekst ‘Ruimte maken’ over de aanpak van diversiteit en interculturaliteit in de cultuursector van Demos vzw (2015) kan je hier downloaden op onze website.