Journalistenmethode. Iedereen krijgt gelijke mogelijkheden om te participeren.

item_left

item_right

Journalistenmethode. Iedereen krijgt gelijke mogelijkheden om te participeren.

Methodiek

In groepsdiscussies valt op dat het vaak de meest verbale mensen zijn die het woord voeren. Met de journalistenmethode krijgt iedereen maximale kansen om aan het woord te komen. De basis van de journalistenmethode zijn 4 vragen of stellingen. Het is belangrijk dat de vragen/stellingen doelgericht en duidelijk geformuleerd zijn (‘Wat willen we echt te weten komen?’). 

Voorbereiding: De 4 vragen worden elk op een verschillende pagina gezet. 
Je kan verwarring voorkomen door elke vraag op een andere kleur papier te printen. Bijvoorbeeld: vraag A op blauw papier, B op groen papier, enz.

Stap 1. De deelnemers worden in groepjes van 4 personen ingedeeld. Elk van de deelnemers is ‘eigenaar’ van één vraag of stelling. In elk groepje komen dezelfde 4 vragen of stellingen aan bod. 

Stap 2. Ieder beantwoordt voor zichzelf zijn eigen vraag en zet zijn/haar antwoord op papier.

Stap 3. De groepjes splitsen zich op in twee duo’s. A interviewt B over vraag A; C interviewt D over vraag C. 
Tijdens het interview mag de ‘journalist’ zelf géén inbreng doen. Het is dus niet de bedoeling dat er discussie ontstaat. De journalist tracht van de geïnterviewde een zo rijk mogelijk antwoord te krijgen. De 5 W’s uit de journalistiek (‘Wie?’, ‘Wat?’, ‘Waar?’, ‘Wanneer?’, ‘Waarom?’) en de ‘Hoe-vraag’ kunnen helpen om een zo volledig mogelijk antwoord te verkrijgen. 

Stap 4. De twee partners wisselen van rol: B vraagt A nu uit over vraag B en D vraagt C uit over vraag D.

Tip! Zet een goede timing op voor de gesprekswissels zodat alle deelnemers evenveel tijd krijgen.

Stap 5 en 6. Binnen de groepjes van 4 wordt van partner verwisseld. A interviewt C, B interviewt D en daarna worden de rollen omgedraaid.

Stap 7 en 8. Daarna gaan A en D alsook B en C. A interviewt D; B interviewt C. Dan worden de rollen gewisseld en interviewt D op zijn beurt A en C interviewt B.

Na deze fase heeft elke ‘eigenaar’ naast zijn eigen antwoord de antwoorden van zijn groepsgenoten verzameld. Alle groepsgenoten hebben dus op de 4 vragen/stellingen een antwoord gegeven.

Stap 9. De hele groep komt samen en wordt ingedeeld per vraag: alle eigenaars van vraag A gaan samen zitten, alle personen met vraag B vormen een groepje enz. De eigenaars leggen alle verzamelde antwoorden samen. 

Elke groep analyseert de antwoorden:

  • Waar zitten overeenkomsten in de antwoorden?
  • Waar is men het niet over eens?
  • Welke (nuance)verschillen zie je in de antwoorden?

Stap 10. De resultaten hiervan worden samengevat en aan de volledige groep gepresenteerd. 

Meer informatie en illustraties vindt je in de bijlage.