BAKEN. Vanuit verschillende windrichtingen bekeken

item_left

BAKEN

item_right

BAKEN. Vanuit verschillende windrichtingen bekeken

an

Voor een grondige kijk op het project Baken hoorden we eerst de initiatiefnemer van het project, de Biblio-theek Kris Lambert in Oostende in de persoon van bibliothecaris Martine Vandermaes. Maar we hadden ook een gezellige babbel met projectmedewerkster Karen Dick en coördinator Hans Dewitte van partnerorganisatie kleinVerhaal, die het project de laatste drie jaar hebben uitgevoerd. Tot slot interviewden we een aantal deelnemers tijdens het slotmoment van de krant ’t Zeegat.

BAKEN

Tekst: An Van den Bergh ism studenten CIMIC Mechelen

Deuren laten openwaaien

Het viel op dat de communicatie van het project voornamelijk binnen de bibliotheek gebeurde en dus in hoofdzaak bezoekers van de bibliotheek heeft bereikt. Uit de gesprekken met de deelnemers werd duidelijk dat ze allemaal bij het project terechtkwamen via de bibliotheek, de ene al toevalliger dan de andere en afhankelijk van hun eerdere betrokkenheid in het culturele leven in Oostende. Iemand belandde er via een contact in de bibliotheek, iemand anders kreeg het krantje van Baken tijdens een diavoorstelling en nog iemand anders kwam omdat die persoon sowieso zeer actief op zoek is naar culturele activiteiten.

Dat de communicatie in de eerste plaats via de bibliotheek zelf verliep, betekent ook dat voornamelijk mensen werden aangesproken die al een zekere drempel overwonnen hebben en al op een of andere manier betrokken zijn bij de activiteiten van de bibliotheek. Dat hoeft niet meteen een minpunt te zijn, want de bibliotheek blijkt een zeer breed publiek te bereiken. Volgens de mensen van kleinVerhaal is de bibliotheek van Oostende een unieke plek, een ontmoetingsplek van een brede, gelaagde groep mensen. Hans: “Het was voor onze organisatie een fijne opportuniteit om vanuit zo’n ontmoetingsplaats te kunnen werken. Je vindt er studenten, senioren, jonge kinderen, gepassioneerde lezers, een vaste groep krantenlezers, de internetbezoekers... Binnen het sociaal-artistieke werkveld zijn er weinig organisaties die al hebben samengewerkt met een bibliotheek. Dit ondanks het potentieel van de ‘openbare ruimte’ en de vele ontmoetingen eigen aan de bibliotheek.”

Het zoeken naar en informeren en motiveren van mensen om deel te nemen aan de cursus verliep ook via gekende partners, met behulp van flyers, affiches en mailings. Publiek en supporters van Open School en Vormingplus werd geïnformeerd tijdens hun lessen, maar deelnemers werden evenzeer toegeleid via de sociale huizen, het CAW en Straathoekwerk. Tot slot speelde Karen Dick, de centrale contactpersoon van kleinVerhaal in het project, een heel belangrijke rol in de communicatie en de werving. Zij stimuleerde actief mensen om deel te nemen aan het project. Deelneemster Marie-Rose: “Ik kende niemand, het was allemaal nieuw. Karen moedigde mij aan om ook eens naar de redactie te komen.”

Ook vanuit de vormingssessies en de instuif was er doorstroom naar het project. Die vormingsmomenten gingen door in het ontmoetingscentrum, van nature een plaats waar kwetsbare groepen aanwezig zijn. De instuif op donderdagochtend in de bibliotheek bood eveneens een laagdrempelige instapmogelijkheid en was een belangrijke schakel in de bekendmaking van het project. Bibliothecaris Martine haalde aan dat ze er heel bewust voor kozen om de instuif in de publieksruimte, een open werkruimte in het midden van de bibliotheek, te organiseren: “Mensen komen de kat uit de boom kijken, zetten zich er met een magazine en gaan observeren wie de vrijwilligers zijn. Je voelt dat ze na twee of drie keer de stap zetten en een vraag stellen. Het is een open hand, er is geen drempel, er is geen deur, geen formulier, geen lokaal. Zeker mensen in armoede vormen een groep die je in meer traditionele lessenreeksen volledig mist. Deze format biedt daar perfect een antwoord op.” 

Het Baken-traject werd afgelegd met een gemengde groep van minimaal vijftien tot maximaal twintig personen, dit om een kwaliteitsvolle en op maat uitgewerkte aanpak te garanderen. Naast de vaste groep werd ook een ‘open’ groep nagestreefd. Men wou vermijden dat er zich na het succes van de eerste cursus een ‘gesloten’ groep zou vormen, waar nieuwe instroom onmogelijk was. Martine: “Ik was na de succesformule van de eerste reeks bezorgd dat het bij de volgende reeksen een gesloten groep zou worden. Dat mag absoluut niet gebeuren: het verhaal moet uitdeinen.” In de praktijk was er effectief een vaste kern die bleef terugkomen, ongeacht het thema van de ateliers. Daarnaast was er bij elke nieuwe reeks instroom van deelnemers, vaak met specifieke interesses die aansloten bij het thema van die reeks. Sommigen kwamen ook naar de volgende ateliers, bij anderen bleef het bij een eenmalige deelname. 

Nieuwe mensen leren kennen en hun individuele verhalen horen: de deelnemers ervoeren het als heel positief. De geïnterviewde deelnemers waren lovend over de groep, vooral door de leuke en coöperatieve sfeer. Ook voor kleinVerhaal was de samenhorigheid in de groep zeer duidelijk. Karen: “De deelnemers vormden een hechte groep en zijn veelvuldig beginnen samenwerken. Zo had een van de deelnemers een gedicht geschre-ven over Oostende, in heel moeilijk verstaanbaar Engels. Een andere deelneemster heeft dat vertaald naar het Oostends. Het eindresultaat was een heel absurd en mooi gedicht. Tijdens de zomermaanden hebben de deelnemers ons zelf gemaild om te vragen of we niets konden organiseren om iedereen terug te zien. We hebben hen toen uitgenodigd om langs te komen bij een ander project met jongeren dat op dat moment liep. Ze zijn allemaal komen opdagen, schoorvoetend en zonder te weten wat te verwachten, maar ze vonden het allemaal te gek.”

Drijven op passie

Baken bestond uit een waaier aan diverse activiteiten: debatavonden, een instuif en workshops in lesvorm, met als centraal aanknopingspunt de creatieve ateliers. De focus op creativiteit en het streven naar een artistiek eindproduct maakt een groot verschil met vormingswerk pur sang. De verschillende disciplines (video, geluid, krant en fotografie) die in de artistieke ateliers aangeboden werden, vragen een fundamenteel andere aanpak. Ze werden dan ook niet begeleid door een vormingswerker of een lesgever, maar door een kunstenaar. Martine: “Ik ben overtuigd van de unieke combinatie van al die elementen, die het potentieel van de openbare bibliotheek als leeromgeving verhoogt.”

Hier schuilt de meerwaarde van partner kleinVerhaal: geen klassieke schoolse aanpak, maar vertrekken vanuit inhoud die door de deelnemers zelf wordt aangebracht. kleinVerhaal oppert dat een groot aantal deelnemers nooit zou intekenen voor een puur technische cursus. Karen: “Vanuit de ‘artistieke’ insteek komen er technische noden naar boven, en daarmee duik je vervolgens de vorming in. Uitspraken als ‘Druk nu eens daar op’ of ‘Doe nu eens dat’, zal je niet snel horen tijdens dit soort lessen. Toch leerden de mensen tijdens de cursus geluid uiteenlopende zaken, zoals geluidsopnames maken, maar ook ‘hoe vind ik de USB-stick terug op mijn computer?’ Het begint allemaal vanuit interesse in geluid, en daaruit komen dan computertechnische vragen naar boven. Uiteindelijk raakten ze bijvoorbeeld vertrouwd met SoundCloud en nu schrijven ze code voor hun blogs. Digitale skills worden effectief opgekrikt, maar niet via een schoolse les.”

Dat deze aanpak werkt, werd door de geïnterviewde deelnemers volmondig beaamd. Voor hen was de ontwikkeling van de krant hun eerste kennismaking met het vormingsproject Baken. Hoewel elke deelnemer uiteraard zijn of haar eigen beweegredenen had om deel te nemen, werd elk van hen duidelijk gedreven door een gezonde dosis nieuws- en leergierigheid: het altijd op zoek gaan naar nieuwe ervaringen, het op-doen van nieuwe kennis en vaardigheden en vooral het ontmoeten van nieuwe mensen. Ze zien het digitale aspect en werken met computers allemaal als noodzakelijk in de huidige samenleving, maar elk vanuit hun eigen leefwereld en passie. Zo is het de passie van Mohammad om Arabische romans te schrijven. Voor hem was het project de ideale mogelijkheid om hierin te groeien. Hij gebruikte de cursus niet enkel om zijn compu-tervaardigheden te verbeteren, maar ook om inspiratie op te doen als schrijver, door het ontmoeten van nieuwe mensen. Mohammad: “Ik werk veel met boeken, dat is mooi werk. Ik observeer graag zoals een foto-camera: ik kijk naar de mensen, hoe ze praten en bewegen. Dan sla ik die beelden op en als ik schrijf, ge-bruik ik dat als inspiratie.” Anita deed dan weer mee om als ‘senior’ bij te blijven met de nieuwste ontwikke-lingen en zo actief ouder te worden: “Ik vind dat je op mijn ouderdom moet meegaan met de tijd. Als je dat niet doet, dan zit je in je zetel en werken je hersenen niet meer.” 

De geïnterviewde deelnemers ervoeren dat de cursus hen nieuwe skills bijbracht, maar benadrukten nog meer de groepsgerichte aanpak en het samenhorigheidsgevoel, waarbij iedereen vanuit zijn of haar eigen interesses dingen kan schrijven, opzoeken, verzamelen… Dit laat ruimte voor initiatief vanuit de deelnemers zelf. Partner kleinVerhaal benadrukt dat hiervoor tijd nodig is. En hier was het vaste concept van de creatieve ateliers soms wel beperkend. Karen: “Elke keer van 18u tot 21u en dat gedurende tien ateliers. Voor de meeste thema’s, maar zeker voor de krant, was dat te weinig. Omwille van de tijdsdruk is de begeleidende kunstenaar soms verplicht om beslissingen te nemen in plaats van daar stapsgewijs met de deelnemers door te gaan. De cursus was vier of vijf weken ver alvorens er een hechte groep ontstond om mee te werken. Dan ben je al halverwege. Voor deelneemster Marie-Rose bracht de strikte deadline voor de presentatie van de krant dan weer een gezonde dosis spanning teweeg: “Het was leuk om naar dat eindpunt te gaan, samen met de groep. Je bent dan even paniekerig, je weet niet of alles afgeraakt, en dat is leuk.”

Samen in zee gaan

Het succes van het project steunt sterk op de samenwerking tussen de bibliotheek en partnerorganisatie klein-Verhaal. Met deze samenwerking staat of valt het project. Voor kleinVerhaal was de samenwerking met de bibliotheek niet de eerste of enige. Samenwerking met lokale partners zit gewoon in het DNA van de organi-satie. Een van de uitgangspunten van coördinator Hans over coproducties: “Ik denk dat de tijden voorbij zijn – ook subsidietechnisch – dat je alles solo, vanuit een autonoom perspectief, kan doen. De toekomst ligt in het optellen van de sterktes van organisaties.” Alleen al wat productiekosten betreft, is de samenwerking een puur win-winverhaal. kleinVerhaal gebruikt de locatie en inhouden van de bibliotheek, en de bibliotheek krijgt er naast een projectmedewerker van kleinVerhaal ook de inspiratie en medewerking van het hele team én hun artistieke uitrusting bij. Hans: “Als je het strikt budgettair zou bekijken, dan kan je Baken niet ontwikke-len met het geld dat we ervoor krijgen.”

Natuurlijk zijn er bij elke samenwerking ook spanningen. Bibliotheek Kris Lambert en de sociaal-artistieke organisatie kleinVerhaal zijn om te beginnen twee totaal verschillende instanties. In het begin moest er vooral een midden gezocht worden tussen de ideeën en wat praktisch en organisatorisch uitvoerbaar was. Het eerste voorstel van kleinVerhaal werd bij de bibliotheek onthaald met uitdrukkingen als ‘mission impossible’, ‘com-promissen’ en ‘zoeken wat in de bib haalbaar is en wat niet’. Martine: “Het is belangrijk dat de partner zich een beetje probeert aan te passen. Je kan niet meteen dezelfde aanpak toepassen die gebruikelijk is in de sector.”

Aan de andere kant wordt er van de bibliotheek natuurlijk ook een zekere flexibiliteit gevraagd. Hoe open, laagdrempelig en verbonden de bibliotheek ook wil zijn, de toepassing van deze visie doet in de praktijk altijd een beetje pijn. Als een atelier uitliep, waardoor het einduur 22u30 was in plaats van het geplande 22u en de alarmen in de bibliotheek gingen loeien, moest de bibliotheek een aanpassing te voorzien. En er waren nog andere praktische obstakels die te maken hadden met de eigenheid van de bibliotheek. Karen: “Met de krant was het relatief eenvoudig. Wanneer iedereen een stift en een blad heeft, heb je al snel een start. Met de animatiefilm was het al moeilijker. Concreet moet de bibliotheek een jaar op voorhand de lokalen reserveren waarin de lessen zullen doorgaan. Dat zorgt ervoor dat je niet altijd kort op de bal kan spelen, wat minder flexibiliteit biedt. Er is ook niet echt een vast atelier, waardoor er regelmatig materiaal verplaatst moet worden. Ook wanneer er spontaan ideeën ontstaan tijdens de cursus volgt steeds een reality check omwille van de specifieke situatie in de bibliotheek.” 
Toch is de samenwerking door beide partijen als erg geslaagd ervaren, en dit dankzij de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van beiden. Praktische en conventionele zaken zijn niet onoverkomelijk, maar ze moeten wel doorworsteld worden. Aan die evidentie mag je niet voorbijgaan. Karen: “Dat is ook een verhaal met twee kanten. Het is een kwestie van elkaar te leren kennen en vertrouwen opbouwen.”

Bibliothecaris Martine kon niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het voor hen was om te kiezen voor een externe partner om het project Baken waar te maken. Vanuit een besef van de eigen kerncompetenties werd gekozen voor de meerwaarde van een frisse externe blik. Het voordeel van het werken met een partner, ten opzichte van een freelance of interne medewerker, is bovendien dat er een heel team achter zit. In theorie werd er gewerkt met een centrale contactpersoon, Karen, maar zij stond er nooit alleen voor. Wanneer er feedback nodig was, werd een beroep gedaan op de rest van haar team. Daarenboven werd er ook bij kleinVerhaal externe expertise in huis gehaald, meer bepaald voor het gedeelte rond ICT, in de persoon van vormingswerker en ICT’er Michiel De Baets. 

De groei van de samenwerking was te danken aan de open en directe communicatie. Er werd tijdens het hele project veel aandacht besteed aan onderlinge communicatie en betrokkenheid. Martine: “Vanuit de bibliotheek is er altijd één iemand in de buurt tijdens de instuif die weet waarover het gaat en die tijdens de werkuren ook mee de vorming komt volgen. De andere personeelsleden van de bibliotheek gaan niet zelf mee de vorming volgen, maar ze weten wel waar men mee bezig is.” Deze betrokkenheid maakte dat partner kleinVerhaal doorheen het hele project het gevoel had dat de medewerkers van de bibliotheek ‘mee’ waren met het project. Karen koos er ook bewust voor om daarin een actieve rol te spelen door informele contacten aan te gaan. Dit werd door de bibliotheek als zeer positief ervaren. Karen: “Ik heb geprobeerd daar zelf actief aan te werken door me voor te stellen en babbeltjes te doen met de medewerkers die er rondlopen, zodat ze weten waar we mee bezig zijn.”

Een frisse wind 

Het project Baken heeft duidelijk een golfslag op gang gebracht die door beide partners wordt gevoeld. Aan de ene kant kan kleinVerhaal mensen uit de groep waar ze in de bibliotheek mee werkten ook ver-trouwd maken met de eigen organisatie en werking. Aan de andere kant namen ze mensen uit hun eigen ach-terban mee naar de bib. In het begin kende de bibliotheek de (overigens zeer diverse) doelgroep van klein-Verhaal in beperkte mate en was er een zekere bekommernis. Maar kleinVerhaal heeft deze overwonnen. Hans: “Fijn voor de bibliotheek is dat er mensen zijn die via dit project hun weg naar de bibliotheek vinden… en omgekeerd ook!” Zo waren er bijvoorbeeld jongeren uit een ander project die, wanneer Hans naar de bib moest, zeiden: “Ga je naar de bib? Je kan daar blijkbaar studeren. Wij gaan mee!” Het ging over jongeren die thuis de ruimte en de rust niet hebben om te kunnen studeren in de examenperiode. Die hebben hun weg gevonden en zijn nu in de bib aan het studeren. Omgekeerd ziet kleinVerhaal in het publiek van de biblio-theek een groep mensen die ze moeilijker op straat of op pleinen, hun voornaamste actieterrein, zouden te-genkomen. Daar liggen voor hen kansen die hen blijven motiveren om in te tekenen op projecten van de bi-bliotheek. Zo zijn er enkelen die als figurant meegespeeld hebben in de films van The True Tempest, een an-der project van kleinVerhaal. Deze wisselwerking en kruisbestuiving toont aan dat het project geen hermetisch afgesloten gegeven is, wat bij sommige vormingscursussen het geval kan zijn. Hans: “Het is echt wel gelukt om elkaar te beïnvloeden.”

Voorbij de horizon

Het is duidelijk dat zowel partner kleinVerhaal als de bibliotheek veel potentieel vermoeden in een verder-zetting van het project. Beiden zien ze aan de horizon veel kansen en mogelijkheden, maar ze wijzen ook op valkuilen of gebreken waaraan nog gewerkt kan worden. Zo wordt de leefbaarheid van het project bepaald door het budget dat de bibliotheek kan aanwenden. Doordat het project niet structureel ingebed is in de werking van de bibliotheek en afhankelijk is van de mid-delen van het Stedenfonds, blijft er enige onzekerheid voor de toekomst. Een andere realiteit is de aanbe-stedingsprocedure die gevolgd moet worden. Die maakt dat de continuïteit van de dienstverlener in het pro-ject niet verzekerd is. Om de drie jaar wordt een nieuwe oproep uitgeschreven, wat mogelijk een andere aanpak en andere gezichten met zich meebrengt. Toch zien beide organisaties dit niet als een eenzijdig ne-gatief aspect. Het is een procedure die moet gerespecteerd worden, en dat betekent dossiers doorworstelen en deadlines in de gaten houden, maar het is evenzeer een moment om even halt te houden en te reflecteren over de verdere mogelijkheden. Voor kleinVerhaal is Baken een zeer interessant proces geweest waarbinnen ze hun methodes ten volle konden benutten, maar anderzijds vinden ze het belangrijk om evoluties te blijven zien. Karen: “We willen absoluut voorkomen dat het concept begint te stagneren en herleid wordt tot het jaarlijks kopiëren van eenzelfde format. Op dat moment wordt het artistiek minder interessant.” Hans: “We willen vermijden dat mensen de cursus als een gewoonte gaan beschouwen en enkel komen omdat hun woensdagavond zo gevuld raakt.” Ook de bibliotheek ziet de aanbestedingsprocedure als een kans. “Het is een uitdaging om een goed bestek te schrijven. Het verplicht ons om strategisch na te denken over de be-leidsdomeinen en acties, dit alles gekoppeld aan de meerjarenplanning van de stad. Tot nu toe was het een interessant verhaal dat ons zowel met de huidige als vorige partner mooie resultaten heeft opgeleverd.”

Beide partners kijken alvast voorbij de horizon en hebben volop ideeën om hun samenwerking verder te laten groeien. Het idee leeft om in de bibliotheek een soort van stadslabo te maken, naar het voorbeeld van Utrecht of Amsterdam, een labo waar creatievelingen samenkomen om na te denken over waar men als stad naartoe wil. Martine: “Als je daar werkt, vanuit het kader van de bibliotheek in samenwerking met een soci-aal-artistieke organisatie, krijg je een mix van mensen – en niet enkel de ‘hipsters’ – die participeren.” Ook wordt de mogelijkheid geopperd om te werken buiten de muren van de bibliotheek, waardoor meer flexibili-teit mogelijk is. Bovendien zou het idee van het stadslabo iets permanents kunnen zijn, waarin verschillende disciplines iedere keer kunnen ingepast worden. Het komt dus tegemoet aan de tijdsdruk die ervaren werd bij het meer rigide format van ‘tien weken’ per atelierreeks. Karen: “Het zou fijn zijn om dat te kunnen opentrek-ken, rekening houdend met de opdracht van de bibliotheek.”