De tuinman-methode. Demos sprak met Eva de Baerdemaecker van Cultureghem

item_left

De tuinman-methode. Demos sprak met Eva de Baerdemaecker van Cultureghem

item_right

De tuinman-methode. Demos sprak met Eva de Baerdemaecker van Cultureghem

bart

Op 21 december 2009 besliste de Raad van Bestuur van Abattoir nv, die de site van het slachthuis van Anderlecht beheert, om naast haar commerciële activiteiten ook meer aandacht te gaan besteden aan het uitwerken van socio-culturele activiteiten op haar site, midden in de wijk Kuregem. Hiertoe werd de nieuwe vzw Cultureghem opgericht. Op deze manier wil Abattoir de site beter inbedden in een leefbaar, multicultureel Kuregem. Sinds 2012 is Eva de Baerdemaecker bezielster en coördinatrice van de jonge vzw. Demos had een gesprek met haar over participatie, cultuur, de buurt en zijn inwoners.

De tuinman-methode. Demos sprak met Eva de Baerdemaecker van Cultureghem

Demos: We bevinden ons hier op een zeer uitgestrekte site (40 ha): de abattoirs van Anderlecht. Hoe verhouden jullie zich hiertoe? Hoe is de vzw ontstaan en wat zijn jullie doelstellingen?

de Baerdemaecker: Wel, dit is een fantastische plek. Wie hier even rondloopt ziet meteen het potentieel dat er in zo'n site schuilt. Tot voor kort werd deze plek enkel door Abattoir benut als privé-onderneming om zijn markten op te organiseren en als parkeerplaats voor handelaars uit de buurt. Wij werden door Abattoir opgericht als een manier om de plek in zekere zin "terug te geven" aan de buurt. Een buurt die bijzonder klein behuisd is en die nood heeft aan publieke ruimte. Wij willen een kwaliteitsvolle invulling zoeken voor die nieuwe publieke ruimte. om letterlijk en figuurlijk de barrières weg te werken en ervoor te zorgen dat de buurt er meer van kan profiteren. In de eerste plaats willen we vooral impulsen zoeken voor deze plek, zodat de buurtbewoners begrijpen  dat het eigenlijk hun plek is. Gewoon zeggen: "het is van jullie, kom maar af" werkt niet. Je moet zelf echt wel naar buiten komen om je vereniging een gezicht te geven, te zeggen waar je voor staat. Vanuit dit principe zijn dan verschillende projecten ontstaan die we uitproberen. Als het niet lukt, stoppen we er mee. We hanteren wat we noemen een tuinman-methode: je plant zaadjes en laat ze groeien. Geven ze vruchten dan laten we ze staan, geven ze die niet dan knippen we ze af.

Demos: Heb je een concreet voorbeeld van zo'n project?

de Baerdemaecker: Neem bijvoorbeeld het mixtusfestival, onze jeugdwerking. Het eerste jaar voelde aan als een sneeuwbaleffect: het netwerk werd steeds groter en steeds meer individuen en verenigingen wilden zich aansluiten. Dat was heel fijn maar het eerste jaar ook zeer chaotisch. We hebben dat organisch laten groeien en probeerden dat gewoon een beetje te managen, maar we wisten eigenlijk niet waar we naartoe gingen. Het daaropvolgende jaar zijn de organisaties die dit ondersteunden dan nog meer doelgericht gaan werken, gemotiveerd door de vorige editie. Er zijn heel wat voor- en natrajecten geweest en ook deze editie was een succes. Alleen is tijdens de evaluatie gebleken dat er een coördinator nodig was die dit geheel kon beheren en dat er daar middelen voor nodig waren. Wij hebben die niet, zijn maar met twee en hebben nog veel andere projecten. Wij konden het dus niet meer doen en ook andere organisaties konden dit niet op zich nemen. Gezien de overheid het niet wou oppikken hebben we het dus moeten laten sterven. Dit is misschien een atypisch voorbeeld, maar ik vind het belangrijk om aan te tonen dat een succesverhaal soms ook zo kan eindigen.

Demos: Slachtoffer van succes dus, doet dat geen pijn?

de Baerdemaecker: Wel, we hebben het daar natuurlijk niet zomaar bij gelaten. We zijn met alle partners rond de tafel gaan zitten en hebben gekeken hoe we hetgeen we al deden misschien een specifiek "mixtus" cachet konden geven. Op die manier zou het ipv een jaarlijks festival een parcours worden dat nooit stopt. Eén waarbij jongeren van het één naar het andere kunnen bewegen en zo kunnen doorstromen binnen het Brussels cultuurlandschap. Ik denk dat dit misschien ook waardevoller is, want je helpt de jongeren zelf netwerken uitbouwen. Misschien komt er dan ook een moment om alles terug samen te gooien en organiseren we dan terug een mixtus-festival, maar dan zullen we eerst op zoek moeten gaan naar middelen, dus dat wordt dan weer een ander verhaal. Momenteel zijn we daar dus nog niet mee bezig.

Demos: Is er één  project waar jullie in het bijzonder trots op zijn?

de Baerdemaecker: (wijst naar een aantal mobiele keukens die in de hangar staan) Kookmet! Tijdens de markt hier (vrijdag en zaterdag red.) nodigen we groepen uit bij ons, ze krijgen boodschappenlijstjes, doen boodschappen en dan koken we samen onder begeleiding van één van onze koks. Tot slot eten we allemaal samen. Voor ons zijn er drie belangrijke zaken binnen dit project: het gaat over voeding (er wordt nagedacht over seizoensgebondenheid, gezondheid en betaalbaarheid), afvalpreventie (ieder doet boodschappen met zijn eigen tas, plastic zakjes zijn niet toegestaan) en last but not least: de ontmoeting. Je krijgt verschillende mensen rond één tafel:  kinderen, jongeren, bedrijfsmensen, ambtenaren, ouderen, etc. Dan heb je ook nog eens alle passanten van de markt die vrijelijk kunnen aanschuiven. Zo creër je een ontspannen context van uitwisseling, van verhalen etc. Daar is het hem om te doen, dat moment van samen zijn waar iedereen zowat zijn achtergrond vergeet en gezamelijk bezig is met koken en eten.

Demos: We zijn hier dan wel op een markt voor voedingsmiddelen, maar niet al jullie projecten draaien rond eten toch?

 de Baerdemaecker: Natuurlijk niet, we hebben ook een Ketmet! (lacht)

In dat project focussen we ons vooral op "spelen". We maken van de hele overdekte markt één groot speelplein, met altijd de optie om onze mobiele keukens daarbij te rollen zodat er ook iets gegeten kan worden en zodat ouders die kunnen gebruiken. Ons doel met dit project is dat elk kind in Anderlecht buiten kan komen spelen en we werken hiervoor dan ook samen met met de IBO's (Initiatieven buitenschoolse opvang), brede school, etc. Die samenwerking is trouwens een win-win voor allen: vele organisaties hebben een vaste groep kinderen maar zijn overbevraagd. Wij hebben een hele resem activiteiten klaar maar kunnen moeilijker voor toeleiding zorgen met maar twee werknemers. Let wel, wij zijn geen opvang! We gaan ook niet altijd voor animatoren zorgen enzo, we gaan er gewoon voor zorgen dat er voor ouders met kinderen altijd activiteiten te doen zijn en dat ze zich hier welkom voelen.

Demos: Zijn er ook specifieke projecten die jullie opzetten voor de jongeren uit de buurt?

de Baerdemaecker: Voor de jongeren uit de buurt hebben we vorig jaar een specifiek traject  opgezet dat een afleiding was van die ketmet, nl. ketmetpalet. Er was een bungalow van Abatoir hier op de site die gebruikt werd als stockage-ruimte maar voor de rest geen nut meer had. We hebben die dan samen met de jongeren en met paletten omgebouwd tot een soort van jeugdhuis. Zo'n 10-15 jongeren uit de buurt hebben dan daarrond een informele jeugdwerking opgestart en willen zelf een heuse jeugdbeweging uitbouwen, met andere kinderen en jongeren. Ze zijn daar echter nog niet klaar voor, dus daar zijn we nu met hen over aan het nadenken: hoe kunnen we dat doen? De opening van Canalpayground, een spelletjesparcour op de ketmet, geeft ons de kans hen een eerste keer in te zetten als animatoren. Op die manier kunnen we er op termijn voor zorgen dat er bijvoorbeeld elke woensdagnamiddag animatoren beschikbaar zijn, zodat kinderen gewoon kunnen opdagen zonder inschrijvingen en dat we makkelijker contact hebben met de ouders...  

Demos: In welke mate hebben ze de vrijheid om zelf hun activiteiten te kiezen? Hebben jullie een vast programma of managen jullie gewoon wat er binnenkomt?

de Baerdemaecker: We zijn zelf ook nog zoekende van hoe we het allemaal gaan vormgeven. Het is een jonge werking, ze is pas opgestart. De jongeren die hier bij ons over de vloer komen hebben het niet altijd makkelijk, maar we voelen dat we toch wel een zekere invloed hebben door hen te laten voelen wat ze kunnen bereiken als ze ergens komen waar er wel in hun geloofd wordt. Zo nam een 21-jarige uit onze jeugdwerking plots de beslissing terug naar school te gaan om zijn secundair diploma te halen. Die individuele dialoog in voor ons belangrijk: af en toe één iemand aanspreken en van hem horen hoe het gaat, wat hij wil doen, wat wij voor hem kunnen doen, etc.

De vrijwilligersvergoedingen zijn ook wel een nuttig instrument: het belangrijkste voor hen is een job vinden zodat ze hun verdere studies kunnen betalen of hobbies kunnen uitoefenen. Als wij hen vrijblijvend engagement vragen, dan komen ze hier niet, want dan zijn ze bezig met geld te verdienen. Als we hen echter vergoeden en terzelfdertijd nuttig inzetten voor de projecten dan worden we er beiden beter van. Zeker in deze prille fase zien we het als een soort investering in de latere werking.

Demos: hoe ziet die latere werking er dan uit? Wat is jullie toekomstbeeld?

de Baerdemaecker: Ons toekomstbeeld in Cubeghem 2020 (haalt er een kaartje bij): vaste plekken en constructies hier op de site, in vier kubussen. In elk van die kubussen komt dan één van onze thema's. Een food-cube voor onze mobiele keukens, een play-cube waar alle animatie en speelgoed in zou ondergebracht kunnen worden en onze brede school partners bijvoorbeeld hun werking zouden kunnen voorstellen, en een creatie-cube, ism met de Erasmus Hogeschool en Recyclart, waar je als kunstenaar kunt creëren, een atelier uitbouwen of repeteren. Wij zouden daar dan prospectie kunnen doen: wie heeft welke technische vaardigheden? Wie wil verder gaan?  Wie kan eventueel doorstromen naar de Erasmushogeschool en eventueel bij FabLab iets gaan bouwen? Enerzijds dus een soort van tussen-stap-ruimte maar anderzijds moet het ook een plek zijn waar je echt kan creëren als kunstenaar. Het zal geen professionele studio zijn, het blijft op amateurniveau, maar het kan mensen wel prikkelen om vanalles te proberen.

Demos: Van waar haalt de vzw zijn middelen?

de Baerdemaecker: Zowat van overal (lacht). We krijgen middelen van de gemeente Anderlecht, de VGC, het stedenfonds, de Cocof, WBI, het impulsfonds etc. Dikwijls gebonden aan één bepaald facet van onze werking. Het zijn dus altijd projectsubsidies en altijd keihard bijeengesprokkeld. Bij alles wat we doen moeten we aantonen dat we binnen die of deze subsidielijn passen. De administratieve druk is ongelooflijk hoog. Het belemmert zelfs onze inhoudelijke werking, want we kunnen bijvoorbeeld met de jongeren nooit voluit gaan voor een project. We moeten altijd wachten of dossiers goedgekeurd zijn. Anderzijds denk ik dat dat eigen is aan een startende vzw: we hebben geen opdracht gekregen van één of andere overheid om iets te doen, dus moeten we zelf maar kunnen aantonen dat we daar middelen voor kunnen krijgen. Op één of andere manier is dat trouwens ook wel onze kracht, we zijn heel onafhankelijk en enorm flexibel en snel. Ook qua hiërarchie gaat dat vlot: we zijn maar met twee (lacht).

Demos: Twee werkkrachten zijn inderdaad niet veel, hoe doen jullie dat om jullie werking bekend te maken in de buurt? Jullie hebben ongetwijfeld geen vaste communicatiemedewerker of publiekswerker die daar fulltime mee bezig is.

de Baerdemaecker: De eerste maanden dat ik hier werkte vond je mij nooit aan een bureau, ik was permanent op straat, ging bij elke buurtvereniging aankloppen. Ik vertelde overal wat ik van plas was op dit terrein en of zij die ruimte ook konden gebruiken voor iets, of zij iets misten in de buurt. Toen Abatoir bij de opstart van Cultureghem vroeg of ik hier een eigen project wou neerpoten heb ik hen duidelijk gezegd: neen, ik wil de buurt intrekken en zien wat er reeds aanwezig is. Enkel op basis daarvan kan ik dan zien wat er nog nodig is en waar wij kunnen aan bijdragen. Het uitgangspunt is altijd geweest om ruimte te creëren voor initiatieven vanuit de buurt.

Demos: Bij zulke initiatieven, waarbij men in leegstaande ruimtes of op tijdelijk in gebruik genomen terreinen artistieke werkplekken opricht, gebeurt het vaak dat het plekken worden waar voornamelijk blanke middenklasse hipsters creatief komen wezen, maar waar de buurtbewoners wegblijven. Hoe hebben jullie dat risico omzeild?

de Baerdemaecker: Wel, net doordat we inbreken op reeds bestaande initiatieven of aansluiting zoeken bij verenigingen waar reeds heel de buurt op vertegenwoordigd is, gebeurt dat niet.  Wij moeten geen nieuw publiek aantrekken, we werken met een publiek dat er al is. Bovendien is dit een levende plek, er komt hier sowieso veel volk als het Markt is en de buurt kent Abatoir. Dat is toch wel anders als je in bijvoorbeeld leegstaande fabriekspanden of dokken gaat werken. Tenslotte vind ik ook dat deze plek moet benut worden: het is de tweede grootste open ruimte in Brussel, na het koninklijk domein van Laeken. Als de overheden willen dat dit meer is dan een commerciële plek dan moeten ze ons verhaal steunen. We hebben die zekerheid in ondersteuning nodig om op een duurzame en toch beter geplande wijze aan ons verhaal te kunnen werken.

Demos: Jullie zijn in de eerste plaats een Brusselse organisatie, is die identificatie met de stad dan zo belangrijk voor jullie werking en denk je dat dit zo blijft?

de Baerdemaecker: Toen ik hier begon te werken was er onder de overdekte hal een kunstwerk, genaamd 'mixtus'. Het ging over de 'Brusselse identiteit' en over het feit dat Brusselaars van vandaag mensen zijn die zodanig veel diversiteit in zich hebben dat ze enkel maar Brusselaar kunnen zijn omdat ze onder geen enkele andere groep sluitend onder te brengen zijn. Dit was zo treffend dat het meteen de naam van ons jongerenfestival werd. Die Brusselse identiteit is iets waar we expliciet rond werken. We zien immers dat bij de zoektocht van jongeren (maar ook ouderen) naar 'hun identiteit', vaak teruggegrepen wordt naar religie of naar afkomst. Dat willen we omdraaien: we willen mensen laten teruggrijpen naar de geografie: "je bent in de eerste plaats een Brusselaar, en je bent dat net omdat je roots ergens anders liggen maar dat je toch heel veel dingen hebt geabsorbeerd die niets meer met die roots te maken hebben." Hiermee willen we een nieuwe realiteit omarmen en kenbaar maken. Hybriditeit en heterogeniteit zijn de kenmerken van de grote steden in deze tijd. Wij willen dit uitdragen!