Gestroomlijnd werken met verschillende overlegstructuren in lokaal netwerk Oostende

item_left

item_right

Gestroomlijnd werken met verschillende overlegstructuren in lokaal netwerk Oostende

sarah

In deze blogreeks onderzoeken Demos en publiq hoe het lokaal netwerk en de UiTPASwerkgroep toeleiding zich tot elkaar verhouden. Aan de hand van 5 interviews krijgen we inzichten in het ontstaan van werkgroepen en overlegstructuren die naast elkaar of complementair werken rond vrijetijdsparticipatie. 

In Oostende spreken we met Martine Meire, regisseur lokaal netwerk en directeur vrije tijd. Samen met Sarah Braet beleidscoördinator UiTPAS, werkt ze aan vrije tijd die toegankelijk is voor iedereen. Martine werkt al 30 jaar bij de stad waardoor ze een groot netwerk heeft kunnen opbouwen. Met een diploma Germaanse lag de focus in het begin van haar carrière vooral op onderwijs. Uiteindelijk werd ze bevoegd als directeur cultuur en daarna als directeur vrije tijd. Martine stuurt het lokaal netwerk overkoepelend aan en voert op beleidsniveau overleg met de verschillende diensten. De laatste jaren wordt ze nauw bijgestaan door Sarah Braet die als beleidscoördinator UiTPAS onder andere verantwoordelijk is voor de UiTPAS werkgroep toeleiding. 

Het lokaal netwerk startte officieel in 2010, maar het werken met kansentarief gaat veel verder terug. Korting op vrijetijdsactiviteiten is er als sinds 2000, mede door de financiering uit het stedenfonds. Voor formele afspraken komt het lokale netwerk samen met de minimale partners (dienst vrije tijd, OCMW, CAW). Om vrijetijdsparticipatie voor mensen in armoede te stroomlijnen met andere sectoren is dit thema ook opgenomen in het WAP-overleg (Welzijn en armoedeplatform). Een collega van Martine coördineert het WAP-overleg, waar de bredere sociale sector op aansluit. In het overleg komen alle thema’s in verband met sociale grondrechten aan bod. Dus wanneer het punt ‘recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing’ aan bod komt, dan kaart Martine de belangen van het lokaal netwerk aan.  

Tijdens de opstartfase van UiTPAS gingen de overlegmomenten door in de bestaande werkgroep Cultuurkans. Deze werkgroep evolueerde naar de UiTPASwerkgroep toeleiding en komt een 3-tal keer per jaar samen. Het uitwerken en bijsturen van acties uit de nota vrijetijdsparticipatie gebeurt in deze werkgroep op een meer informele manier dan het WAP. Zo wordt er ter voorbereiding veel gemaild en getelefoneerd om kort op de bal te spelen en thema’s te agenderen rechtuit de leefwereld van mensen in armoede. Naast de kernleden van het lokaal netwerk telt de werkgroep toeleiding ook heel wat armoedeverenigingen, sociale partners, ervaringsdeskundigen, maatschappelijke werkers en brugfiguren. In Oostende worden deze mensen intermediairen genoemd. Tussenpersonen die het lokaal netwerk dichter bij het doelpubliek brengt. Verder heb je ook ‘Iedere stem telt’. Dit is een overlegstructuur waar de stad op aansluit, maar niet de leiding in neemt. In deze werkgroep zitten onder andere de armoedeverenigingen, Samenlevingsopbouw en Bijzondere Jeugdzorg. Er is veel afstemming en dialoog tussen de verschillende werkgroepen. 

Doorheen de jaren is het lokaal netwerk Oostende meer sectoroverschrijdend gaan werken, onder impuls van de organisatiestructuur van de stad Oostende die in die richting evolueerde. Door de hervorming van de stadsdiensten (2019) zijn de bevoegdheden van zowel ambtenaren als schepenen minder versnipperd. Op die manier zijn er meer kansen om nog integraler te werken. Martine en Sarah benadrukken het belang van netwerken. Zo heeft Martine doorheen de jaren heel wat relaties kunnen opbouwen en een fundament van vertrouwen kunnen leggen. Los van de formele vergaderingen kan je ook veel afstemmen tijdens de informele koffiemomentjes. Verder moet een regisseur soms dwingend zijn om op die manier een win-win situatie mogelijk te maken. Zo krijgen veel verenigingen in Oostende accommodatie en subsidies, maar in ruil daarvoor moeten ze instappen in UiTPAS.