Hoe vormgeving gedrag stuurt: over interfaces, macht en inclusie

item_left

item_right

Hoe vormgeving gedrag stuurt: over interfaces, macht en inclusie

Ann

We besteden in de cultuur- en vrijetijdssector veel aandacht aan inclusieve communicatie. We zoeken naar de juiste woorden, tonen diverse beelden en spreken expliciet uit dat iedereen welkom is. Toch botst die ambitie in de praktijk vaak op grenzen. Mensen haken af, voelen zich niet aangesproken of vinden moeilijk hun weg. Niet alleen de woorden die we kiezen, maar ook de structuren die we bouwen bepalen wie zich welkom voelt, wie kan deelnemen en wie ruimte krijgt. De blik van designonderzoeker Frederick van Amstel helpt om scherper te zien wat vaak vanzelfsprekend lijkt. Wie inclusie ernstig neemt, kan niet om ontwerp heen. 

Een interface is veel meer dan een scherm of een website. Het is elke plek waar interactie ontstaat: een inschrijfformulier, een onthaalbalie, een workshopopstelling, een participatiemoment. Al die contactpunten sturen gedrag, bepalen wie zich herkent en leggen (vaak onzichtbaar) machtsverhoudingen vast.

Wanneer inclusie botst op vorm

Een organisatie kan oprecht inclusief willen werken en toch mensen uitsluiten. Niet door haar intentie, maar door haar vorm. Denk aan een gratis activiteit waarvoor je je enkel online kan inschrijven via een complex formulier. Of aan een participatiemoment waar iedereen welkom is, maar waar het gesprek zich afspeelt in een klassieke vergaderopstelling, met weinig ruimte voor andere manieren van spreken of deelnemen. In zulke situaties zit de drempel niet in de boodschap, maar in de interface.

Van Amstel maakt daarmee iets zichtbaar wat vaak onder de radar blijft: inclusie gaat niet alleen over representatie, maar over interactie. Niet alleen over wie je aanspreekt, maar over hoe mensen effectief kunnen deelnemen.

Interfaces maken en breken ruimte

Dat inzicht wordt nog krachtiger wanneer we interfaces breder bekijken. Niet alleen digitale tools, maar ook ruimtes, werkvormen en communicatiepraktijken functioneren als interfaces. Een zaal met een podium en rijen stoelen nodigt uit tot luisteren, niet tot dialoog. Een onthaal achter glas creëert afstand. Een foyer zonder zitplekken ontmoedigt ontmoeting.

Op dezelfde manier sturen pedagogische keuzes wie zich comfortabel voelt om deel te nemen. Wie krijgt spreektijd? Welke vormen van kennis tellen mee? Is er ruimte voor stilte, twijfel of andere expressievormen?

Ook communicatie speelt daarin een rol. Niet alleen de inhoud, maar ook het kanaal, de timing en de vorm bepalen wie bereikt wordt. Wie niet mee is met digitale communicatie, wie zich niet herkent in het taalgebruik, of wie informatie simpelweg mist, blijft aan de rand staan.

Ontwerp als sociale praktijk

Voor Van Amstel is ontwerp geen afwerking achteraf, maar een fundamenteel onderdeel van hoe systemen werken. Ontwerpkeuzes bepalen mee wie toegang krijgt en wie niet. Dat maakt ontwerp ook politiek. Het kan bestaande ongelijkheden versterken, maar evengoed ruimte openen voor andere manieren van deelnemen.

In de praktijk betekent dit dat organisaties anders kunnen kijken naar hun werking. Niet alleen evalueren wie bereikt wordt, maar ook hoe mensen binnenkomen, deelnemen en zich verhouden tot de context. Waar lopen mensen vast? Waar haken ze af? Welke impliciete verwachtingen zitten vervat in formulieren, ruimtes of gespreksvormen? Door die vragen centraal te stellen, verschuift inclusie van een intentie naar een concrete praktijk.

Praktijkvoorbeeld: Globe Aroma

Een organisatie die sterk inzet op het herdenken van interfaces is Globe Aroma in Brussel. Als artistieke werkplek voor mensen op de vlucht bouwen zij aan wat ze een Huis voor Collectieve Verbeelding noemen.

Wat opvalt, is dat inclusie er niet alleen in de missie zit, maar in de manier waarop de werking is vormgegeven. De ruimte is flexibel en gedeeld, en nodigt uit tot ontmoeting, experiment en samenwerking. Ze vermijden klassieke drempels zoals formele onthaalstructuren of strikte toegangseisen, en vertrekken vanuit gastvrijheid en vertrouwen.

Ook participatie krijgt er een andere invulling. Deelnemers zijn geen doelgroep, maar mede-makers. Projecten ontstaan in co-creatie, en verschillende vormen van kennis, artistiek, persoonlijk, collectief, krijgen er plaats.

Door ruimte, onthaal en samenwerking bewust te ontwerpen, toont Globe Aroma hoe je niet alleen mensen toegang geeft tot een werking, maar ook de werking zelf openbreekt.

Van interface naar inclusieve ruimte

Interfaces zijn veranderbaar, kleine ingrepen kunnen al een groot verschil maken. Een andere zaalopstelling kan een gesprek openbreken. Het combineren van online en offline inschrijvingen verlaagt drempels. Het aanbieden van verschillende manieren om input te geven, mondeling, schriftelijk, visueel, creëert meer ruimte voor diverse stemmen.

Cruciaal daarbij is dat ontwerp geen individuele oefening is. Door samen met deelnemers en gebruikers na te denken over hoe een werking vorm krijgt, ontstaat een rijker en inclusiever geheel. Inclusie wordt zo geen eindpunt, maar een proces van voortdurend afstemmen en bijsturen.

De inzichten van Frederick van Amstel sluiten nauw aan bij het werk rond inclusieve ruimte van publiq en Oranje vzw. Daarin staat niet alleen centraal wie aanwezig is, maar ook hoe mensen samen ruimte maken. Hoe interacties verlopen, hoe spanning wordt opgevangen en hoe macht zichtbaar en bespreekbaar wordt. In de vorming inclusieve ruimte gaan deelnemers concreet aan de slag met die vragen. ZJe krijgt een helder beeld van de kenmerken die inclusieve ruimtes versterken door onder andere stil te staan bij bias, bewustwording, uitsluitingsmechanismen toegankelijkheid, safe(r) space en participatie. Via methodieken analyseer je drempels en kansen binnen je organisatie en werk je aan een eerste concrete aanzet om verder te bouwen aan de domeinen die je wil ontwikkelen.

Meer info over deze vorming vind je hier