‘Sport mist juiste beleidskaders voor rol tegen armoede’

item_left

item_right

‘Sport mist juiste beleidskaders voor rol tegen armoede’

hasna

Onlangs volgde Demos medewerker Zakayo Wandoloh een Erasmus+ Trainingsprogramma in Spanje, waarbij 23 deelnemers uit 13 Europese landen deelnamen. Op dit vijfdaagse traject in Navarra verdiepte hij zich in hoe sport een middel kan zijn voor educatie en inclusie. Deze intensieve trainingsweek sterkte zijn overtuiging dat sport inderdaad de kracht heeft om empowerment en inclusie van verschillende doelgroepen te verbeteren. De vraag is alleen hoe? Daarover schreef hij deze blogbijdrage.

Beeld: Noah Tyler RatleyCC BY 2.0

Kan sport de wereld redden?

Sport speelt een heel belangrijke rol in onze maatschappij. Dat weten we allemaal. Sport heeft de kracht om mensen samen te brengen. Ironisch genoeg heeft sport ook de kracht om de maatschappij te verdelen, namelijk door uitsluitingsmechanismen zoals de vaak te hoge inschrijvingsgelden. Toch kan sport een medium zijn om mensen uit hun isolement te halen. Het kan een middel zijn om maatschappelijke participatie te bevorderen. Sportcontexten worden door sommigen gezien als een mooie uitvalsbasis om bruggen te bouwen tussen verschillende doelgroepen in de maatschappij.

Niet enkel in Vlaanderen zie je dat beleidsmakers een belangrijke sociale rol aan sport toeschrijven. Ook internationaal zien we dat sport gezien wordt als een middel om de wereld te verbeteren. Dat zien we ook bij de Verenigde Naties, waar sport een belangrijke rol krijgt in de realisatie van verschillende duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). Er zijn drie belangrijke doelstellingen waar sport een rol in krijgt:

  • SDG 3: Verzekeren en promoten van een gezond leven en welzijn voor allen, op alle leeftijden
  • SDG 4: Gelijke en kwaliteitsvolle educatie en promotie van levenslang leren voor allen te verzekeren
  • SDG 5: Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes realiseren
Nota: er zijn 17 goals, 169 targets en 242 globale indicatoren onder 5 grote thema’s: mensen, planeet, welvaart, vrede en partnerschap

Voor de meeste deelnemers van deze training was het evident dat sport de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN kan realiseren. Alleen worstelden we als deelnemers tijdens onze cursus allemaal met de ‘hoe-vraag’: hoe zorg je ervoor dat sport deze doelstellingen kan realiseren?

Foto: Deelnemers van de Eramus+ trainingsweek

Geen keuze

Deze uitwisseling gaf me de bevestiging van iets wat ik zelf al langer dacht, maar wat ik ook opmerkte tijdens een rondvraag die ik deed bij 20 sportaanbieders die aan de slag gaan met het sociale van sport. Ze leerden me dat sport op zichzelf ook maar sport is. Niet meer, niet minder. Wie het zich kan permitteren, doet aan sport. Wie genoeg gefortuneerd is, kan sporten om allerlei redenen: omwille van het plezier, voor de competitie, om anderen te ontmoeten, om de gezondheid te bevorderen,...

Voor wie het zich kan permitteren is het een keuze om al dan niet aan sport deel te nemen. De realiteit is wel anders voor veel andere mensen die vandaag niet zulke keuzes hebben. Niet iedereen kan zich permitteren om aan sport deel te nemen. Mensen in armoede bijvoorbeeld. Voor hen is sport niet zomaar sport. Sport wordt dan een zaak die wordt gewogen tegenover andere meer ‘prioritaire’ zaken. Kiezen is niet makkelijk als betalen voor een sportkamp voor je kind, twee weken minder fruit betekent.

Juiste beleidskaders

De consensus tijdens onze uitwisselingsweek was dat sport zonder de juiste beleidskaders en maatregelen al deze ambitieuze verwachtingen niet zal kunnen inlossen. Sport mist dus de juiste beleidskaders voor een sterke rol tegen armoede. We moeten sportorganisaties en sporters in staat stellen om deze maatschappelijke uitdagingen mee aan te pakken.

Mijn collega Pieter Smets kaart aan dat ons sportlandschap verandert, en dat er naast klassieke sportclubs een alternatief sportcircuit ontstaat: sociaal-sportieve praktijken. Sociaal-sportieve praktijken slagen erin om complexe maatschappelijke uitdagingen te tackelen, al is hun dagelijkse werking verre van evident. Dat stelde ik ook vast in mijn traject Sport & Armoede waar ik sprak met 20 verschillende sociale sportaanbieders. Tijdens mijn rondvraag bij deze sociale sportaanbieders gaven veel geïnterviewden aan dat werken aan sociale doelstellingen echt niet vanzelfsprekend is. En het vele extra werk staat vaak in contrast met de middelen die ze ter beschikking hebben of worden voorzien uit onder meer overheidssubsidies.

Ik stelde vast dat een aantal praktijken nog niet voldoende erkend worden voor wat ze zelf als hun kerntaak zien: het bestrijden van sociale uitdagingen. De erkenningsvoorwaarden zijn te complex waardoor ze uit de boot vallen. Veel sociaal-sportieve praktijken geven aan dat het zeer moeilijk is om hun sociale impact verwoorden en te verantwoorden tegenover de subsidiërende instanties, als die er al zijn. Subsidiemogelijkheden blijken ook niet genoeg aangepast aan sociale doelstellingen.

Een andere kijk op sport

Voor mij is het duidelijk dat we nood hebben aan een andere kijk op sport. De huidige, meer klassieke kijk op sport schiet tekort om innoverende praktijken die vaak van onderuit ontstaan te erkennen en waarderen. De grote verwachtingen om sport maatschappelijke uitdagingen te laten tackelen moet volgens mij gepaard gaan met twee voorwaarden.

Ten eerste: wanneer de politiek, sportfederaties en sportdiensten, oftewel de bovenbouw van de sportsector, sport de ‘opdracht’ geven om mee de sociale doelstellingen te realiseren, dan moet die opdracht gekoppeld worden aan de juiste steun. De sociale doelstellingen zijn de meest uitdagende om te realiseren en vergen het meeste werk. Zonder daar middelen en gerichte ondersteuning of begeleiding aan te koppelen, zal sport er niet in slagen om deze ‘opdracht’ te vervullen. De middelen kunnen vanuit verschillende beleidsdomeinen komen en verbonden worden met specifieke sociale doelstellingen.

Ten tweede mag sport niet gezien worden als het wondermiddel dat de sociale uitdagingen zal oplossen. Sport mag gezien worden als een flankerende maatregel die de effecten van sociale uitdagingen wat verzacht. Sport gaat armoede niet oplossen, wel kan het dienen om iemand in armoede even van wat stress te verlossen. Maar het heeft geen zin om te gaan sporten als je thuis niks te eten heb. Of om te sporten terwijl je je hoofd breekt over hoe je de huur zal betalen.

Maatschappelijke of sociale uitdagingen zoals armoede, dienen structureel aangepakt te worden. Dat is en blijft de taak van de overheid en de politiek. Hiervoor kan perfect over de beleidsdomeinen heen samengewerkt worden met de partners uit de sportsector, waaronder ook sociaal-sportieve praktijken.