"Meer bondgenootschap leidt tot meer sociaal-sportief” - Verslag van ons begeleidingstraject Ruimte Maken

item_left

item_right

"Meer bondgenootschap leidt tot meer sociaal-sportief” - Verslag van ons begeleidingstraject Ruimte Maken

Artikel

 C.Hsuan_Photography - cc by-sa 2.0

In het voorjaar van 2021 organiseerden Roel Noukens van ISB en Pieter Smets van Demos een begeleidingstraject voor medewerkers van lokale besturen die ruimte willen maken voor sociaal-sportief terreinwerk. “We moeten meer inzetten op bondgenootschap tussen lokale ambtenaren die werk maken van dit thema”. Dat is één van onze conclusies na afloop van het traject. In dit artikel geven we je een verslag van onze werkzaamheden en koppelen we terug wat we eruit leerden als begeleiders.

Sociaal-sportief is zoeken

Bij Demos en ISB merken we al langer dat Vlaanderen een voedingsbodem is voor allerlei vormen van sociaal-sportieve innovatie. De opkomst van steeds meer buurtsportwerkingen en sociaal-sportieve praktijken toont dat mooi aan. Tegelijk wringt het langs alle kanten, want er is een institutionele problematiek: bottom-up sportinitiatief laat zich zo moeilijk vangen in ondersteunende regelgeving en heel wat straffe sportpraktijken blijven onder de radar.  Daarom organiseerden we dit begeleidingstraject waar lokale ambtenaren via uitwisseling en gerichte opvolging meer houvast kregen rond hun eigen leervragen. Het beoogde eindresultaat: meer ruimte voor sociaal-sportief terreinwerk.

De leervraag bepaalt de koers

Ons traject was niet opgevat als een klassieke vorming waar je een voorgeprogrammeerde inhoud krijgt. Wel was het een traject waar leren van elkaar centraal stond en waar onze deelnemers zelf mee de inhoudelijke koers van het traject bepaalden. We presenteerden wel inhoud, maar die stond vooral ten dienste van de leervragen die de deelnemers zelf naar voor schoven. De focus lag op intervisie omdat we vonden dat er nog te weinig trajecten inzetten op een versterkt bondgenootschap tussen lokale bestuurders uit verschillende regio’s. En ook voor ISB en Demos was het een mooie kans om praktijkgericht samen te werken.

Het traject verliep in verschillende fasen. Nadat we in oktober 2020 een oproep lanceerden gingen we in november en december 2020 in gesprek met medewerkers van 8 lokale besturen: Menen, Landen, Kortrijk, Antwerpen, Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel), Vilvoorde, Lokeren en Genk. We organiseerden per lokaal bestuur eerst een individueel ‘intake-gesprek’ om een precies beeld te vormen over de leervragen en daaraan verbonden uitdagingen. Dat resulteerde in de volgende leervragen waarmee we aan de slag gingen:

  • Hoe kan ik vanuit mijn rol in de sportdienst (of breder) ervoor zorgen dat een brede waaier aan sociale sportinitiatieven wordt ondersteund
  • We zijn zoekende naar parameters om een onderscheid te kunnen maken tussen 'een sportclub' ; 'een sociale werking die iets met sport doet' ; 'een sociaal-sportieve praktijk'
  • Hoe krijg ik meer structuur in het geheel en hoe betrek ik partners optimaal zodat het belang van sociaal-sportief nog groter wordt.
  • We willen een kadertekst ontwikkelen om bottom-up praktijken en concrete ondersteuningsacties uitwerken op maat van de verenigingen
  • We willen op zoek gaan naar verenigingen en initiatieven die rond dit thema werken en op zoek gaan naar een heldere afbakening
  • Ik wil zoeken hoe ik aan de slag kan gaan met verenigingen die mee bondgenoot willen zijn om te werken rond sociaal-sportieve thema’s
  • Hoe bereiken we kwetsbare jongeren en hoe betrekken we hen in projecten waar ze zelf maximaal eigenaar in zijn?
  • Hoe ga je van onderuit relaties uitbouwen met straffe bottom up praktijken?

Een digitaal groepstraject

Vervolgens organiseerden we in januari en februari 2021 twee volle dagen waarbij we de expertise van de groep gebruikten om oplossingen te bedenken. Door corona kozen we noodgedwongen voor een digitaal programma (microsoft teams) waarbij we papieren post-its inwisselden voor apps zoals ‘Miro’ en ‘notion’. Dat belette onze uitwisseling allerminst. We maakten kennis in grotere groep, en in kleinere themagroepen gingen we over tot peer to peer coaching. Enkele oefeningen die de revue passeerden: een post-it oefening, een voorbereidende oefening met leeslijst, een presentatie en veel zelf ingebrachte probleemstellingen waar we samen een antwoord op zochten. Er waren ook enkele presentaties en tussen de twee groepsdagen door organiseerden we voor sommige deelnemers een ‘matchend gesprek’ met een praktijkexpert die volgens ons heel wat verfrissende input kon geven.

Veelkoppig monster

Hoewel dit allemaal achter een pc plaatsvond, waren we blij verrast met het groepsgevoel dat ook in een digitale setting kan ontstaan. Al snel ontpopte er zich een open en lerende atmosfeer met tips en tricks om lokaal het verschil te maken.

Al blijkt dat verre van evident. We onthouden dat veel deelnemers het best uitdagend vinden om beleidsruimte te creëren voor sociaal-sportieve praktijken en buurtsport. Een deelnemer vergeleek sociaal-sportief terreinwerk met een veelkoppig monster: “Wanneer je denkt dat je een probleem hebt opgelost, duikt er al snel een nieuw probleem op’. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de leervragen van onze lokale ambtenaren doorheen het hele traject sterk veranderden.

Andere uitdagingen waar onze deelnemers soms mee worstelen: de neuzen intern in dezelfde richting krijgen, bottom up werken ondersteunen zonder stiefmoederderlijk te zijn, administratieve overlast beperken,... Een veel gehoorde oplossing was dat we meer systemen nodig hebben die zich enten op de leefwereld van minder kansrijke doelgroepen, en niet op de gangbare systeemwereld van lokale besturen.  En we hoorden regelmatig een warm pleidooi voor een intersectorale beleidsvisie die durft loskomen van het bestaande hokjesdenken.

Pionierswerk erkennen

We leerden dat er veel randvoorwaarden nodig zijn om ruimte te maken voor sociaal-sportief terreinwerk: een gedragen visie, een helder zicht op het werkveld met tentakels in informele en formele netwerken, een hands on mentaliteit,… Zoiets vraagt diverse competenties van lokale ambtenaren die liefst ook nog eens een ‘street level’ kantje hebben om deuren te openen. Dat is soms best zoeken, ook voor ambtenaren die uitgedaagd worden om de kennis van de praktijk om te buigen in een institutionele context waar je nu eenmaal bepaalde regels, subsidiemaatregelen en andere formaliteiten nodig hebt om iets te veranderen.

We leerden dat dit pionierswerk best wat meer erkenning verdient, en dat we ook als bovenbouw nog te weinig kader en houvast ter beschikking hebben voor deze voorlopers. Net daarom werd het belang van een lerende aanpak in ons traject erg gesmaakt. Het traject leert ons dat er nood is aan een soort vrijplaats waar lokale bestuurders bij elkaar terecht kunnen voor vragen. Ook na het traject. Een deelnemer getuigde daarover als volgt:

Ik neem vooral de 'gedeelde smart' in verschillende (groot)steden mee in dit hele verhaal. Allemaal mensen met veel goesting om vooruit te gaan maar die bijna overal obstakels te overwinnen hebben. De verhalen over gelijkaardige groeipijnen en doorzwommen watertjes gaven het gevoel niet langer een 'einzelgänger' te zijn in de weg naar erkenning en validering van sociaal sportieve verenigingen.” 

Vrijplaatsen ontwikkelen

Vanuit Demos en ISB hebben we dit signaal zeker begrepen, en we zoeken nu volop naar manieren om dergelijke vrijplaatsen te ontwikkelen waar sociaal-sportieve bestuurders elkaar kunnen treffen. We zien zeker een synergie met het bestaande sociaal-sportief platform waarbij praktijken aan het stuur zitten, en ook de werkgroep Sportparticipatie van ISB biedt mogelijkheden. Toch volstaan deze twee overlegstructuren niet, want ze hebben al andere doelstellingen of prioritaire doelgroepen voor ogen.

We verkennen verder, en vanuit Demos en ISB gaan we graag een niew gezamenlijk engagement aan inzake dit thema. De precieze werkvorm en aanpak geven we later vorm: een begeleidingstraject, vorming of lezing. Wie intussen ideeën heeft mag ons zeker contacteren via Pieter Smets (pieter.smets [at] demos.be) of Piet Van Der Sypt (Piet.vandersypt [at] isbvzw.be), want Roel Noukens werkt ondertussen niet meer op ISB. Ook vragen over de inhoud of vorm van ons traject zijn zeker welkom.