Onderzoeksrapport Amnesty International 2018 over etnisch profileren in België

item_left

item_right

Onderzoeksrapport Amnesty International 2018 over etnisch profileren in België

Document
Publicaties

Zowel de politie als de politiek hebben tot nog toe te weinig gedaan om discriminatie bij identiteitscontroles te voorkomen, te detecteren en te bestrijden in België. Dit zegt Amnesty International in een nieuw onderzoeksrapport.

Amnesty International heeft de afgelopen maanden onderzoek gedaan naar etnisch profileren bij negen lokale politiezones en de federale politie in België. Zowel etnische minderheden, als politiemensen zélf geven aan dat etnisch profileren een realiteit is waar momenteel te weinig aandacht voor is.

Etnisch profileren?

De politie doet aan etnisch profileren wanneer ze een persoon op straat controleert omwille van zijn huidskleur of afkomst, zonder dat er een objectieve reden is om deze persoon tegen te houden ('stop and search'). Etnisch profileren is discriminerend en verboden volgens het Belgisch en internationaal recht. Bovendien is het slecht politiewerk.

Kloof tussen wet en praktijk

Amnesty International stelde vast dat politiemensen de Wet op het Politieambt breed en verschillend interpreteren. Volgens de wet moeten er ‘redelijke gronden’ zijn voor een identiteitscontrole. Dat kan gaan over een concreet signalement of verdachte gedragingen van de gecontroleerde persoon. Politiemensen worden echter onvoldoende begeleid en getraind om de term ‘redelijke gronden’ te vertalen naar het terrein.

Gebrek aan monitoring en data

Verschillende hoofdinspecteurs en commissarissen meldden ook aan Amnesty dat ze geen goed zicht hebben op de manier waarop identiteitscontroles op straat verlopen. Ook politiemensen die identiteitscontroles uitvoeren op straat, geven aan dat ze zeer beperkte feedback van oversten of collega’s krijgen. Zo stelde een inspecteur: “Als we problemen hebben om de redelijke grond voor een controle te interpreteren, krijgen we daar geen hulp bij.” In België worden gegevens over identiteitscontroles niet systematisch bijgehouden. Er bestaan geen statistieken over het aantal controles, door wie ze uitgevoerd worden, waarom, waar, met welk resultaat en de achtergrond van de gecontroleerde mensen.

Impact van etnisch profileren

Een politiecontrole kan op verschillende manieren zeer ingrijpend zijn. Gestopt worden, vooral in het openbaar, creëert vaak het beeld van verdenking, zowel voor de omstaanders als voor de persoon zelf. Als mensen ook gefouilleerd worden, moeten knielen, tegen de muur worden gedrukt, kan dit nog meer vernederend en traumatiserend zijn, zeker als er geen gegronde reden is voor de controle.

Achraf, een 22-jarige student van Marokkaanse afkomst, vertelt aan Amnesty: “Het doet pijn om je anders te voelen. Ik leef hier, ik werk hier, ik studeer hier, ik doe alles zoals iedereen, maar ondanks alles, voel je dat je kleine verschil je recht geeft op dat soort behandeling.”

Mensen die regelmatig tegengehouden worden zonder reden, raken gefrustreerd en wantrouwen de politie. Ze voelen zich geviseerd door de politie. Dergelijke vertrouwensbreuk is een serieuze barrière voor goed politiewerk.

In haar rapport roept Amnesty International de Belgische politie en autoriteiten op om etnisch profileren te erkennen als bezorgdheid. Er moeten duidelijke regels en richtlijnen komen voor politiemensen over hoe ze identiteitscontroles moeten uitvoeren zonder te discrimineren. Politiemensen moeten op het terrein bijgestaan worden met training en feedback. Tot slot moet er ook werk gemaakt worden van een systeem om data over identiteitscontroles veel beter bij te houden.

Beeld: Schriste onder CC BY-NC-SA 2.0