Cultuurparticipatie in Oostende: zuurstof tijdens coronacrisis met Zomer in O.

item_left

item_right

Cultuurparticipatie in Oostende: zuurstof tijdens coronacrisis met Zomer in O.

Artikel

Dit artikel is geschreven door Demos-stafmedewerker Ann Van de Vyvere en is een deel van DIP#3, de 3de editie van DIT IS PARTICIPATIE vanuit OOSTENDE.

Er is een nieuw samenwerkingsverband tussen de grote culturele spelers in Oostende. Theater Aan Zee (TAZ), De Grote Post, KAAP, Mu.ZEE, Kunstencampus aan zee en kleinVerhaal gaan via het zomerfestival Zomer in O. een unieke samenwerking aan. Dit speelt zich af op vijf locaties in de stad, doorheen vijf wijken, in een periode van vijf weken. Dit zorgt voor een cultuurkuur na de coronalockdown en tevens een spannende uitdaging voor deze cultuurhuizen om naar de publieke ruimte te trekken met aandacht voor burgers in een kwetsbare positie.

In de aanloop van de lokale verkiezingen in 2018 kwamen de culturele spelers uit Oostende samen om de noden vanuit de kunsten op te lijsten. Per huis werd een wenslijst opgesteld om op z’n minst de toenmalige subsidies te consolideren en bij voorkeur een groeipad te kunnen uittekenen. Een van de spelers was kleinVerhaal, een participatieve kunstpraktijk en ontmoetings- en creatieplek voor mensen vanuit alle geledingen van de maatschappij, inclusief de meest kwetsbaren. Deze speler stelde voor om weg te stappen van deze voorspelbare en klassieke desiderata en een andere piste in te slaan, namelijk te werken vanuit het perspectief van de stad en haar bewoners.

‘Wat willen de culturele actoren doen voor de bewoners van Oostende de komende jaren en hoe kan het beleid dit ondersteunen?’ Deze vraag kwam uit de vaststelling dat het culturele veld steeds hetzelfde publiek bereikte dat bovendien een te kleine vertegenwoordiging was van de inwoners van Oostende. Om meer bewoners en meer mensen in een kwetsbare positie te bereiken was het nodig om gezamenlijk en stadsbreed projecten en initiatieven op poten te zetten.

Daarnaast werd ook gedacht over hoe het culturele veld expliciet de publieke ruimte moet claimen, een visie moet ontwikkelen over hoe duurzaam om te gaan met die plekken en hoe je deze gemeenschappelijke gebruikersplekken inzet om meer mensen te bereiken. De publieke ruimte is uitgeput omdat iedereen, uit alle sectoren, dezelfde plek opeist. Welke rol kunnen de culturele spelers daarin opnemen? Om meer te begrijpen over de samenwerking en achtergrond van Zomer in O. spraken we met Hans Dewitte van kleinVerhaal.

Coronacrisis als hefboom

Hans: ‘Er werd vanuit het culturele veld met het nieuwe beleid een gesprek aangegaan. Het plan met een gemeenschappelijke missie zou worden opgenomen in het actieplan van de gemeente. Toen de nieuwe coalitie 1 jaar aan zet was overspoelde het coronavirus alle plannen en ambities. De coronacrisis maakte duidelijk dat de meest kwetsbare groepen het hardst werden getroffen. De woonzorgcentra bijvoorbeeld, daar hebben we als culturele veld meteen op ingespeeld.’

Tijdens de lockdown trokken artiesten gedurende vier weken langs de Oostende woonzorgcentra om er via dans, muziek en theaterperformances wat zuurstof te bieden aan de bewoners. Gelijktijdig werd een forse affichecampagne opgezet in de stad onder de slogan “Wat als theater/muziek/kunst het vaccin is?”

‘In september 2020 zal het Oostendse culturele veld opnieuw bekijken hoe de samenwerking met de woonzorgcentra verduurzaamd kan worden en omgevormd naar een participatief traject’, vertelt Hans. ‘Toen duidelijk werd dat het jaarlijkse festival “TheaterAanZee” door het coronavirus ook niet kon doorgaan staken we met alle lokale actoren de koppen bijeen en organiseerden we Zomer in O. Vijf huizen besloten elk vanuit eigen expertise in te zetten op een coronaproof festival. Een alternatief voor de reguliere kunstenliefhebber maar eveneens een straf cultureel aanbod in hart van vijf kwetsbare wijken van de stad.’

Zomerfestival als zuurstof

Dankzij gezamenlijke inspanningen kon de publieke ruimte veroverd worden en werd cultuur naar de burgers gebracht. Zo werden kunst en cultuur relevant. Alle partijen in deze samenwerking voelen hoe slagkracht en impact veel groter worden als lokale culturele actoren een gezamenlijke agenda opstellen en in overleg met het lokaal beleid in één gezamenlijk front stadsbreed trajecten ontwikkelen.

Hans: ‘kleinVerhaal trok het parcours doorheen de wijken omdat we de wijken reeds kenden via onze praktijk. Elke partner investeerde in de verschillende domeinen van dit festival en dit vanuit eigen expertise. Het enthousiasme bleek groot bij elke stakeholder en de samenwerking heeft een grote impact op de organisaties zelf. We evalueren wekelijks de voortgang, iedereen zit mee aan tafel, alle perspectieven en struikelblokken worden samen doorgenomen en het programma werd collectief opgemaakt. De bewoners en buurtorganisaties reageerden ook gemotiveerd. Wijkcomités stelden naar aanleiding van “Zomer in O” voor om hun buurtfeest in de toekomst samen met de lokale culturele actoren te organiseren.’

In andere steden werden door de coronamaatregelen alle vrijetijdsactiviteiten en culturele events geannuleerd. ‘Voor de culturele actoren uit Oostende was hier geen denken aan’, zegt Hans. ‘De crisis werd een gelegenheid bij uitstek om de vooraf gemaakte plannen met het beleid te implementeren. Het lokaal beleid zag eveneens de meerwaarde van “Zomer in O”: Het festival als zuurstof voor zowel de kwetsbare wijken als voor de cultuurminnende Oostendenaar, maar tevens als alternatief voor de druk bevraagde stranden in de zomer.’

Omdat de beslissing om “Zomer in O.” te organiseren zo kort op de bal moest genomen worden, konden bewoners niet uitgenodigd worden om mee te programmeren. Hans: ‘Bij een mogelijke volgende editie of samenwerking wordt dit prioritair. Als eerste komen dan de buurtcomités mee aan tafel zitten. Er werd nu voornamelijk zorg besteed aan het bewaken van een balans tussen de eigenheid van de huizen in de programmatie en een match vinden met de wijk en het doelpubliek. Daar hebben we zeer lang over vergaderd. Voorstelling per voorstelling werd doorgenomen, wat interessante en soms lastige discussies werden. De neuzen in dezelfde richting krijgen is de basis voor een gemeenschappelijk verhaal. Dit werd vergemakkelijkt doordat we voor de verkiezingen al waren gaan samenzitten.’

Voor de programmatie in de wijken probeerden de partners de parameters naast de aangeboden voorstelling te leggen. Hans: ‘Een basisvoorwaarde om in het programma te staan was de familievriendelijke factor van de voorstelling of het project. Je moet het voor allen aantrekkelijk maken, toegankelijk maken bij wijze van spreken, van 3 tot 103 jaar. Binnen de kunsten wordt er dikwijls gemikt op een eerder homogeen publiek. Bijvoorbeeld liefhebbers van klassieke muziek, gepassioneerde theaterliefhebbers …. ofwel een specifieke doelgroep. Met Zomer in O., de wijkeditie, wilden we inzetten op een zeer divers publiek met de meest uiteenlopende leeftijden. Het is geen beperking om voor een gezin te kunnen spelen, voor sommige artiesten is het wel een uitdaging om zich aan te passen aan nieuw publiek en de publieke ruimte als canvas.’

Lessen uit Zomer in O.

In heel dit proces merkten de partners enkele zaken waaruit ze leerden voor de toekomst. Hans deelt hieronder enkele met ons mee.

Artistieke versus toegankelijkheid

De oefening om artiesten mee te krijgen in deze specifieke context was ook een uitdaging voor onder andere de communicatiedienst van TAZ en alle techniekers. Hans: ‘Je moet proactief werken. Eenvoudige podia, weinig techniek en je voorstelling herleiden naar de essentie, wat voor de artiesten een uitdaging is in hun artistieke werk. Pas je de vorm aan de plek aan of keer je terug naar de essentie van je werk? Schop de truukjes eruit! Ik wil met de kunsten teruggaan naar de intimiteit, door corona is dit nu een noodzaak maar tevens een geschenk. Dit is kwaliteitsvoller dan een zaal gevuld met 300 mensen. Het inrichten van de publieke ruimte moet triggeren en mooi zijn. Elke stoel, tafel, de aankleding … moet aantrekkelijk zijn en tot de verbeelding spreken. Vanuit de kunsten moeten we in die publieke ruimte een warme plek creëren.’

Communicatie

Wil je met een breed publiek naar de wijken trekken of overwegend het reguliere publiek bereiken? Hoe zet je in op bereik van de meest kwetsbare burgers? Hier is bewust omgaan met je communicatiemiddelen een vereiste. Hans: ‘We besloten om de communicatie met betrekking tot de wijken, zoals de website, het programmaboekje en de flyers, iets later te lanceren en te verspreiden zodat we eerst de bewoners konden bereiken en pas daarna het reguliere publiek. Als huis en stakeholder moet je ook je taal aanpassen, een andere dynamiek in je verhaal gebruiken. De flyer zou in verschillende talen moeten verspreid worden, ook dat is nog een werkpunt voor ons.’

Nabijheid en toegankelijkheid

Bij kleinVerhaal hebben ze de gewoonte om deelnemers deur aan deur uit te nodigen. Meer nog, voor alle projecten gaan ze zelfs in de wijk wonen. Zo wordt je aanspreekbaar en uiterst bereikbaar. Je werkt dan van uit een gelijkwaardigheid.

Hans: ‘Wanneer we voor Zomer in O. met een concrete uitnodiging naar mensen toe stappen bieden we hen aan om hun eigen eten en drinken mee te brengen. Dat is een drempelverlagende factor voor mensen die het financieel moeilijk hebben. Een gratis event is wel oké maar niet voldoende, er blijft steeds die angst voor een bar met dure prijzen en de sociale druk om daar te moeten consumeren. Dat ze hun eigen drank kunnen meebrengen is zeer democratisch, iedereen kiest zelf wat hij of zij meebrengt en voelt zich niet oncomfortabel daarover.’

‘We werkten voor de 5 wijken onder andere samen met Cirq, zij brachten “Blockbusters”, een live radio- en tv-programma voor en door buurtbewoners. Door samen te werken met een lokale vrije radio konden we ook een FM-frequentie aanbieden waardoor bewoners ook vanuit hun thuis konden luisteren. Dit bood dus een alternatief voor mensen die niet durfden buiten te komen uit angst om besmet te worden. We voelden in de wijken vooral veel de angst om uit huis te komen, het resultaat van een overheid die mensen bang maakt en op die manier isoleert. Eigenlijk zou de overheid mensen eerder moeten richtlijnen geven over “hoe buiten te komen” in plaats van aan te raden om binnen te blijven in “eigen bubbel”.’

Impact

De stakeholders leerden uit elkaars werking, voelden zich versterkt door de samenwerking en implementeerden nieuwe werkvormen. Er ontstonden ook nieuwe samenwerkingsverbanden zoals bijvoorbeeld met de buurtcomités. En last but not least: de bewoners maakten kennis met grote huizen die nog niet toegankelijk voor hen waren, in een voor hen ‘veilige’ setting.

Ondertussen lopen de producties van het kleinVerhaal verder. Hans: ‘Het is wel extra zwaar dat dit gelijk loopt met het festival. De wijkenwerking is heel intensief, iedereen bouwt mee, van directeur tot stafmedewerker. Het heeft ons een beetje overvallen. Het werkvolume moet naar een volgend editie toe herbekeken worden. We zijn toch heel blij met het verhaal van Zomer in O. en de keuze om naast de reguliere programmatie eveneens in vijf wijken een intens en straf cultureel verhaal te realiseren. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de verschillende kunst- en cultuurpartners en steun van de stad hebben we getoond dat de kunsten ook in crisistijden essentieel zijn en een verschil maken, voor iedereen, overal!’

Voor meer info over de partnerorganisaties van Zomer in O. kan je hier klikken op hun namen: Theater Aan ZeeDe Grote PostKAAPMu.ZEEKunstencampus aan zeekleinVerhaal.