Herwerk de participatieprojecten, maar schaf ze niet af

item_left

c)kris_dewitte_hetgevolg.jpg

item_right

Herwerk de participatieprojecten, maar schaf ze niet af

Kris

Op 24 december vernamen we dat de maatregel 'Participatieprojecten Kansengroepen' vanaf 1 januari 2020 wordt stopgezet. We vragen de Vlaamse overheid om deze beslissing te herzien en om in overleg met ons en andere actoren de projectoproep te optimaliseren zoals aangekondigd.

Een koor voor mensen met dementie, een armoedevereniging die inzet op sport, een kunstproject voor jongeren in de jeugdhulp, een circusfestival in een kansarme buurt, jongeren met een handicap op animatorcursus in het jeugdwerk, een atletiekclub met een laagdrempelige trainersopleiding, vrijwilligerswerk voor jonge vluchtelingen… Deze en vele andere initiatieven konden zich de afgelopen jaren ontwikkelen dankzij de projectoproep ‘participatieprojecten kansengroepen’.
 
Nu wacht er een onzekere toekomst voor dergelijke projecten. Kunnen ze terecht in een andere projectoproep? Zullen ze daar nog erkend worden? Welke kans maken precaire plannen nog, nu steeds meer organisaties elkaar verdringen voor ondersteuning in steeds minder projectoproepen?
 
Samen met sectoractoren stellen we vast dat het stopzetten van deze maatregel een aantal lacunes creëert die de bestaande sectorale decreten en projectoproepen niet zomaar kunnen opvangen. Zonder een grondige analyse van de gevolgen en het garanderen van een werkbaar alternatieven bestaat de kans waardevolle projecten dode letter zullen blijven.
 
Misschien heb je in een ideale wereld geen aanvullende maatregelen nodig zoals het Participatiedecreet of de participatieprojecten kansengroepen. Maar zover zijn we nog lang niet. In het huidige landschap van jeugdwerk, cultuur en sport blijft deze projectoproep onmisbaar.
 

Bestaande structuren schieten nog steeds tekort

De Vlaamse overheid stimuleert de participatie aan cultuur, jeugdwerk en sport in de eerste plaats via sectorale decreten en maatregelen. Zo hoort het ook. Het participatiedecreet en de participatieprojecten dienen om innovatie en participatie te stimuleren binnen die sectordecreten en om uitdagingen die de sectorgrenzen overschrijden, samen aan te pakken. Die uitdagingen zijn vandaag groter dan 10 jaar geleden.

De sectordecreten bieden kansen op participatie, maar hebben ook hun beperkingen:

  • Participatie blijft vrijblijvend, het is een optie die organisaties ook niet of minimaal kunnen invullen.
  • De bestaande regelgeving is op de leest geschoeid van wie al participeert. Maar de recepten die werken voor wie wel deelneemt, kan je niet zomaar toepassen op wie niet participeert.
  • Veel initiatieven worden bedacht voor mensen in een kwetsbare positie. Er is zelden de garantie dat een project tot stand kwam door of samen met de nieuwe eindgebruikers en tegemoetkomt aan hun noden.
  • De bestaande regelgeving is op maat van de gevestigde spelers en de gangbare praktijken. Vernieuwende initiatieven botsen op kaders en voorwaarden waar ze (nog) niet kunnen aan voldoen. Zonder een steun in de rug geraken ze niet over de erkenningsdrempel. Als ze zichzelf niet kunnen bewijzen, kunnen ze ook geen invloed uitoefenen op gangbare subsidiekaders. Zo versterkt regelgeving de status quo en het mattheuseffect: wie al ondersteuning krijgt, wordt verder versterkt terwijl nieuwe initiatieven geen middelen vinden.
  • Middelen blijven sterk verkokerd, ten koste van werkingen op het snijvlak van jeugdwerk, cultuur en sport en ten koste van initiatieven die bruggen bouwen tussen de vrije tijd en andere sectoren zoals welzijn, integratie of onderwijs.

Een unieke projectoproep

De Vlaamse overheid lanceert ook andere projectoproepen die participatie bevorderen, zoals de bovenlokale projecten binnen jeugdwerk en cultuur of de ondersteuning van g-sport. Wel gaat het vaker om eenmalige oproepen, met een afgebakende (onderzoeks)focus, specifieke voorwaarden, kleinere budgetten en een kortere looptijd. Ook bij die oproepen stellen we vast dat het aantal aanvragen een veelvoud bedraagt van het aantal goedgekeurde projecten. 80 tot 100 kandidaatsdossiers zijn zowat de regel, terwijl meestal 10 à 15 projecten het halen.

De participatieprojecten kansengroepen maken op een aantal vlakken een cruciaal verschil met die andere projectoproepen:

  • De expliciete focus op kansengroepen
  • De expliciete focus op participatie (eindgebruiker moet betrokken zijn in het tot stand komen van het project)
  • Een looptijd tot drie jaar
  • De mogelijkheid om personeelsmiddelen in te zetten
  • De mogelijkheid om vanuit andere sectoren in te zetten op een passend jeugdwerk-, cultuur- en sportaanbod
  • De mogelijkheid om vanuit jeugdwerk, cultuur en sport linken te leggen met andere sectoren zoals welzijn, integratie...
  • De mogelijkheid om een praktijk te ontwikkelen op het snijvlak van jeugdwerk, cultuur en sport

Twee types van indieners tekenden in. (1) Vrijetijdsaanbieders konden via de projecten ruimte maken voor onderzoek en ontwikkeling in nauwe samenspraak met de eindgebruikers. (2) (Ervarings)deskundigen, doelgroepwerkingen en voorzieningen kregen de kans om een vrijetijdsaanbod op maat te organiseren en duurzame bruggen te bouwen naar bestaande vrijetijdswerkingen. Ze konden zo ruimte claimen voor meer maatwerk binnen de vrije tijd.

Een eerste en vaak enige kans op participatie

Sinds de invoering van de maatregel in 2008 werden ongeveer 425 projecten betoelaagd. Veel mensen uit een kansengroep kregen dankzij deze projecten hun eerste en vaak enige kans om te sporten, om zich te uiten, om hun leefwereld te verbreden… Ook mensen die afgesloten leven van de samenleving omdat ze in de gevangenis zitten of in een voorziening verblijven, konden op deze manier (blijven) deelnemen aan cultuur, sport en jeugdwerk. Zij en vele anderen zagen op deze manier hun grondrecht op cultuur gerealiseerd. Mensen in een kwetsbare positie konden vanuit een veilige en vertrouwde omgeving groeien naar een inclusieve vrijetijdsbesteding. Akkoord, er zijn veel noden. Maar het kan toch niet dat dit niet langer een prioriteit is voor het Vlaamse cultuur-, jeugd- en sportbeleid?

Een onmisbare hefboom in het Participatiedecreet

Bovendien vormen de participatieprojecten een noodzakelijke aanvulling op de andere maatregelen in het Participatiedecreet die vooral de financiële drempels wegnemen. Natuurlijk is het nodig om op een discrete en efficiënte manier korting toe te kennen. Maar naast het financiële luik zijn er zoveel andere drempels naar vrijetijdsparticipatie. Deze projectoproep stelde vrijetijdsaanbieders in staat om ook die andere drempels aan te pakken. Ook versterkte de oproep de visie dat participatie niet alleen gaat om ‘deelnemen’ maar ook om ‘deelhebben’. De oproep bood ook kansen aan laagdrempelige basiswerkingen en voorzieningen die de doelgroep reeds bereiken, om in te zetten op de vrije tijd. Dergelijke initiatieven spelen op hun beurt een cruciale rol in het realiseren van instrumenten als de Uitpas of het uitbouwen van een lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie. Zonder een voedingsbodem van dergelijke ontmoetingsplekken, kan je geen bruggen bouwen naar de rest van de samenleving.

Tussen de mazen van het net

Het resultaat van deze oproep was een jaarlijkse oogst van innovatieve, bottom-up initiatieven vanop de eerste lijn, met heel veel leerkansen en rechtstreekse participatie. Initiatieven die omwille van hun ontstaansgeschiedenis en de eigenheid van hun werking tussen de mazen van het net glippen in de bestaande regelgeving. We zien vijf lacunes ontstaan nu de participatieprojecten worden stopgezet. In een reeks van artikels zullen we elke lacune aan de hand van concrete voorbeelden beschrijven. In een notendop:

Tussen lokaal en Vlaams

Mensen nemen initiatief in de gemeente waar ze wonen. Ook bovenlokale initiatieven starten meestal lokaal. Vooral in kleinere gemeenten ontbreekt het aan middelen om vernieuwende initiatieven te steunen. Maar ook de grotere steden en gemeenten beschikken niet over eindeloze fondsen om de vele uitdagingen te tackelen. Lokale besturen omarmen dan ook extra Vlaamse steun. Zeker voor nieuwe, relatief onbekende initiatieven die zich nog moeten bewijzen. Die Vlaamse erkenning blijft lokaal niet onopgemerkt en opent als kwaliteitslabel nieuwe deuren. Bovendien overstijgt het innovatiepotentieel van de participatieprojecten het lokale niveau. Er zitten leerkansen in voor andere gemeenten, voor koepels en gelijkaardige initiatieven. Lees hier meer.

Tussen verkokerde sectoren

Wie vertrekt vanuit kansengroepen ontwikkelt al snel een aanbod over de grenzen van jeugdwerk, sport en/of cultuur. Daarnaast ondersteunde de oproep ook projecten die verbindingen maken tussen vrije tijd en welzijn, zorg of integratie. Zo verliezen we veel waardevolle initiatieven omdat ze niet netjes in een hokje passen. 

Tussen ‘voor’ en ‘door’

De participatieprojecten garandeerden dat een project tot stand kwam door of samen met de eindgebruiker en tegemoetkwam aan diens noden. Met het stopzetten van deze oproep, verdwijnt die garantie. Ook de hefboom om organisaties participatief ‘te leren’ werken is weg. Net als de mogelijkheid om de eigen initiatieven vanuit de doelgroep zelf te ondersteunen.

Tussen vrijwillig en professioneel

Sport, jeugdwerk en cultuur draaien grotendeels op vrijwilligers. Het blijft iets om fier op te zijn, maar vrijwilligerswerk kent ook grenzen. Wie bijvoorbeeld amateurkunst maakt met mensen met een handicap die in een voorziening verblijven, heeft op vlak van communicatie, coördinatie, vervoer en begeleiding nu eenmaal meer werk dan een andere amateurvereniging. Participatieprojecten ondersteunden vrijwilligers om blijvend taken op te nemen, maar wel met een beperkte professionele ondersteuning of dankzij de inbreng van een specifieke professionele deskundigheid. Die mogelijkheid valt nu weg.

Tussen centrum en periferie, tussen inclusief en doelgroepspecifiek

De meeste vrijetijdswerkingen zijn afgestemd op de mainstream. Wie daar zijn of haar gading niet vond, kon via de projectoproep zelf initiatief ondernemen en een innovatief aanbod ontwikkelen op maat van een bepaalde groep. Zo werd ook de mainstream geïnspireerd en gevoed. Innovatie komt immers vaker vanuit de marge. Die vernieuwing van het aanbod valt nu weg. Andere oproepen bevoordelen bovendien vooral de gevestigde instellingen ten koste van de vernieuwende spelers. Het afschaffen van de projectoproep maakt het speelveld terug minder gelijk. 

De projectoproep bracht bovendien de ervaringsdeskundigheid van de doelgroep binnen in sectororganisaties met een mainstream publiek. Doelgroepwerkingen beschikken over het netwerk, de dagelijkse binding en de voeling met de drempels. Hun ervaring en kunde met een doelgroep leidde tot een aanbod dat werkte. 

De rol van Demos

Demos heeft een ondersteunende opdracht naar deze maatregel. We blijven onze rol opnemen naar organisaties en proberen hen door te verwijzen naar andere projectoproepen. Maar ook wij verliezen een hefboom om:

  • Vrijetijdsaanbod te ontwikkelen in dialoog met beoogde doelgroepen
  • Cross-sectorale samenwerkingen tot stand te brengen die inzetten op kennisoverdracht en gezamenlijke netwerken
  • Vrijetijdsinitiatieven die zich in de marge ontwikkelden te valideren, professionaliseren en in een netwerk brengen met meer gevestigde of mainstream organisaties.  
  • Precaire initiatieven die middelen ontvingen binnen de projectoproep te verbinden met sectororganisaties en ondersteuning door lokale besturen

Deze participatieve manier van werken is niet altijd de gemakkelijkste weg. Ook al was dit een oproep tot het verlagen van drempels, de drempel om in te dienen was voor sommigen vrij hoog. Dit willen we meenemen naar een eventuele optimalisatie van de projectoproep.

Niet slopen, wel renoveren

Ondanks zijn onmiskenbare troeven was deze projectoproep na meer dan tien jaar misschien wel aan een update toe. Dat lazen we ook in de beleidsnota van de bevoegde minister. We hebben vanuit Demos verschillende ideeën om de middelen gerichter en efficiënter in te zetten en de impact van de maatregel verder te vergroten. De focus, de omkadering en de weerklank van de maatregel zouden we graag verder willen versterken. De oproep koudweg afschaffen, zonder overleg of evaluatie, kunnen we bezwaarlijk een optimalisatie noemen. Nu de middelen on hold staan, willen we samen met andere actoren de maatregel grondig renoveren voor het volgende decennium. De oproep is ons te belangrijk om te slopen. Zeker als er op die plek gewoon een lelijke leegte achterblijft.