Toegankelijke cultuur voor mensen met een handicap

item_left

(c)Sonja_Bruggeman

item_right

Toegankelijke cultuur voor mensen met een handicap

Dossier

Mensen met een handicap hebben het recht om festivals te bezoeken, naar tentoonstellingen te gaan, een film of een theatervoorstelling mee te pikken. Toch is het niet evident om dit recht in praktijk om te zetten. Tussen de zetel thuis en de zetel in de schouwburg zitten veel obstakels. Bovendien haken al die obstakels in elkaar als een soort ketting. En elke keten is nu eenmaal zo sterk als de zwakste schakel. Op basis van de gangbare ‘keten van toegankelijkheid’ ontwikkelde Demos een eigen model dat probeert zoveel mogelijk aspecten van toegankelijkheid in beeld te brengen.

keten_toegankelijkheid_demosDe keten van toegankelijkheid 

De 'keten van toegankelijkheid' slaat in principe op het publieke domein: de toegankelijkheid van gebouwen, toegangswegen, vervoersmogelijkheden ... Als we vanuit Demos kijken naar de toegankelijkheid van cultuur voor mensen met een handicap, dan zien we ook een aantal bijkomende inter- en intrapersoonlijke componenten en een aantal immateriële aspecten van toegankelijkheid. We vertaalden deze naar onze eigen keten van toegankelijkheid.

  • Ik krijg de nodige informatie op mijn maat. Wat heb je aan een rijk gevulde cultuuragenda als je niet weet of het aanbod voor jou toegankelijk is? Correcte en begrijpelijke informatie is een onmisbare stap in de schakel.
  • Ik zit in een netwerk dat bruggen slaat. De cultuurinstelling en de gebruiker zitten vervat in een netwerk dat de verbinding kan leggen tussen beide. Vragen en antwoorden, problemen en oplossingen vinden elkaar.
  • Ik kan het me veroorloven. Veel mensen met een handicap hebben een beperkt budget. Aangepast vervoer of een kaartje voor de begeleider maken het cultuurbezoek extra duur. Dat speelt mee als je keuzes moet maken waar je je geld aan uitgeeft. Gelukkig bestaan er allerlei systemen en tegemoetkomingen.
  • Ik vind een oplossing op vlak van mobiliteit. Personen met een handicap zijn dikwijls aangewezen op openbaar en/of aangepast vervoer. Dit zorgt voor kopzorgen, zowel praktisch als financieel. Maar er zijn ook oplossingen.
  • De omgeving en/of het gebouw zijn toegankelijk. En dan ben je er. Maar dan is het natuurlijk belangrijk dat het festivalterrein of het gebouw en/of de omgeving integraal betreedbaar en begrijpbaar is. Een gescreend gebouw is er twee waard.
  • Ik voel me welkom, ik hoor erbij. Een deel van toegankelijkheid kan je niet vatten in bouwvoorschriften. Het zit ‘m in de kwaliteit van de dienstverlening, van het aanbod en van de geboden assistentie en de ondersteuning.
  • Ik heb er iets aan: dit is bruikbaar en betekenisvol, dit wil ik nog doen. Uiteindelijk blijft integrale toegankelijkheid een dienstverlening aan personen met een handicap. De bruikbaarheid voor de persoon met een handicap is essentieel. Een verhoogde toegankelijkheid houdt geen verplichting in tot het gebruik ervan.

Puzzel(stuk)

Toegankelijkheid is een geïntegreerd verhaal waarin verschillende actoren een rol spelen: de organisator, de zaaluitbater, de kunstenaar, het netwerk rond de personen met een handicap… Er komt veel bij kijken. Zo’n keten kan overweldigend overkomen als je maar een stuk van de puzzel bent. Er is pas sprake van effectieve en duurzame cultuurparticipatie als alle puzzelstukken op hun plaats vallen.

Tegelijk is elk stapje er eentje in de richting van meer integrale toegankelijkheid. Ook binnen de categorie van mensen met een handicap is er zo’n grote onderlinge diversiteit dat geen enkele drempel geldt voor alle mensen met een handicap. Iedere persoon heeft z’n eigen set moeilijkheden én hulpbronnen, zijn eigen drive en wil. 

De keten van toegankelijke cultuur biedt een kader. Het helpt om de eigen inspanningen zichtbaar te maken, uitdagingen onder woorden te brengen en te analyseren waar het goed loopt en waar het schoentje knelt. Ook kan je in dialoog gaan, intern en met externen om tot een integrale aanpak te komen. Je kan het als leidraad gebruiken om drempels aan te pakken maar ook als blauwdruk als je de kans hebt om van 0 een beleid uit te tekenen.

Een goed gesprek is goud waard

Sommige diensten en organisaties denken intern al stevig na over toegankelijkheid. Ze investeren tijd en energie in hun toegankelijkheid - wat erg positief is - maar ze presenteren vervolgens een soort pakket aan mensen met een handicap als een offer they can't refuse. Maar zo werkt het niet in de praktijk. Er zit zo'n grote diversiteit binnen de groep mensen met een handicap dat een uniforme aanpak per definitie tekort schiet. De oplossing is even simpel als complex: met een goed gesprek, de nodige flexibiliteit én een portie humor kom je al een heel eind. Zoals dit verhaal illustreert: 

"Vorige week waren we met vijf rolstoelgebruikers/dansers op hotel in een zorg-hotel. Dat betekent dat het hele hotel rolstoeltoegankelijk is en dat er zorg op maat aanwezig is (eten geven, in en uit bed halen, wassen enz). Mooi... denk je dan. Tot we de eerste avond tijdens het avondeten ontdekten dat zorg op maat betekent dat je tussen 19u en 20u in je bed wordt gestoken. Want enkel dan was de zorg beschikbaar. Dat je nooit wist door wie en wanneer je 's morgen weer uit je bed werd gehaald en dat je telkens in een hap slik weg tempo je eten naar binnen diende te spelen of uren moest wachten op de volgende hap. Zorg op maat is tegenwoordig een hot item, maar na een grondige evaluatie is mijn vaststelling dat zorg op maat vooral " trek uw plan"  betekent. ...

Als zorg geregeld wordt, wordt er heel veel in hokjes gestopt. In het hotel was er apart een eet-zorg, een verpleegzorg en vervoer. Die waren niet op elkaar afgestemd, dus als de een te laat was, liep het verder hopeloos in de knoei en ben je meer met je gsm nieuwe regelingen aan het treffen dan dat je rustig aan je dag kan beginnen. Het was dus een erg frustrerende hotel belevenis... en ondanks ons gevoel voor humor en het eindeloze optimisme van mijn rolstoelmaatje, kwam de stoom toch uit mijn oren. Het is echt niet zo moeilijk om een beetje zorgzaam te zijn voor elkaar. Het is echt niet zo moeilijk om te bedenken dat een volwassen persoon niet om 20 u in zijn bed wil liggen waar ie zelfstandig niets kan doen en dan ook nog 's morgens maar moet liggen wachten tot wanneer ze hem eruit komen halen.

In plaats van formulieren in te moeten vullen, zou je ook gewoon aan tafel met ons kunnen gaan zitten en samen bekijken hoe we het samen gaan doen de dagen dat we bij elkaar zijn. Dat is niet zo moeilijk...dat vraagt wat luisteren en wat afspraken maken en heldere communicatie. Misschien kunnen we dat eens leren...in plaats van weer een nieuw dossier te openen. En goh.. ik vond het jammer dat het personeel aan de receptie na onze talrijke bezoekjes al onder de desk dook als we nog maar in de buurt kwamen. Want ik kwam vaak ook gewoon een complimentje maken. Naast alle kommer en kwel was er ook veel goeds..."

Maatwerk betekent niet dat je telkens hoeft te improviseren of moet afwachten welke vraag je precies krijgt. Teveel kunst- en vliegwerk is voor niemand leuk. Een toegankelijke basisvoorziening vormt een prima uitgangsbasis. Maar zie het als een recht van mensen met een handicap, niet als een gunst en al helemaal niet als een verplichting om er gebruik van te maken.

De verschillende elementen van die (basis)voorziening lichten we schakel per schakel toe. We geven concrete tips en praktijkvoorbeelden en bronnen voor meer informatie. Onderaan vind je ook verschillende publicaties over dit onderwerp.

(c) City of St-Petersburgh Florida

(c) City of St-Petersburg Florida 

Ik krijg de nodige informatie op mijn maat

Vlot leesbaar

Ook voor veel mensen zonder handicap zijn cultuurbrochures weinig uitnodigend. De teksten zijn niet zo makkelijk om te lezen en zitten vol verwijzingen die flink wat achtergrondkennis veronderstellen. Ze worden dikwijls ook opgesteld lang voor de voorstelling af is, zodat je geen concreet beeld krijgt waar het stuk precies over gaat. Ook de foto in de brochure zegt niet altijd iets over de inhoud van de voorstelling.

Er bestaan nochtans heldere richtlijnen over eenvoudig schrijven naar mensen met een verstandelijke handicap (zie onderaan). Maar ook blinde en slechtziende mensen hebben nood informatie op hun maat. Dove of slechthorende mensen hebben op hun beurt minder aan geschreven taal en richten zich meer op beelden en communicatie in gebarentaal. Je informatie kan je dan ook best laten screenen en eventueel bijsturen door mensen met een handicap zelf en/of door organisaties met de nodige kennis in huis.

Ook op vlak van vormgeving kan je klaar en helder communiceren, zonder dat dit knullig of saai hoeft te zijn zoals de Britse organisatie Heart 'n Soul laat zien. Je kan ook terecht bij de leerlingen BSO en TSO van SintJozefOV4 om je website of je drukwerk te laten vormgeven.

Toegankelijkheidsinformatie

Mensen met een handicap en hun netwerk zoeken dikwijls ook informatie over de toegankelijkheid van het gebouw of het evenement. Bovendien kijken ze met een andere bril naar de basisinformatie. Wie afhankelijk is van openbaar of aangepast vervoer, kent bijvoorbeeld graag het exacte einduur van een voorstelling.

De nodige informatie ontbreekt soms, zit soms ergens diep verstopt op de website en is niet altijd even betrouwbaar. Het toegankelijk toilet verandert al eens in stockageruimte, het hellend vlak blijkt spoorloos verdwenen en de lift is al een tijdje buiten gebruik.Terwijl het op zich niet zoveel werk kost om de toegankelijkheidsinformatie te vervolledigen, een zichtbare plaats te geven op de website en om de info up to date te houden.

We zien dan ook een soort vicieuze cirkel.  Culturele initiatieven houden onvoldoende rekening met de mogelijke aanwezigheid van mensen met een handicap. Die maken daardoor minder gebruik van het aanbod, wat organisatoren ook niet uitnodigt om hun toegankelijkheidsinfo een prominente plek te geven.

Maatwerk

Ook zit er binnen de groep van mensen met een handicap een grote verscheidenheid. Zoals we eerder aangaven is toegankelijkheid vaak maatwerk. Mensen met een handicap en hun netwerk zoeken dan ook naar een concrete contactpersoon met wie ze kunnen overleggen over zo’n aanbod op maat. Enkel generieke maatregelen voorstellen, is dan niet voldoende, om mensen met een handicap over de streep te trekken.

Niet alleen de begrijpbaarheid en beschikbaarheid van de informatie is belangrijk, die informatie moet de doelgroep ook nog bereiken. Sommige scholen voor buitengewoon onderwijs of zorgvoorzieningen zitten niet eens in de mailinglijst van cultuuraanbieders. Maar zelfs als de folders en nieuwsbrieven er belanden, treden hulpverleners of leerkrachten vaak op als een soort gatekeeper. Het kan dan ook interessant is om bij hen te polsen waarom ze al dan niet informatie doorspelen, zoals je onderaan kunt nalezen in het eindwerk van Lisa De Leeuw.

Concrete voorbeelden

Het project De Filmverteller uit Kapellen biedt in deze context wel een inspirerend voorbeeld. Geïnspireerd door het gelijknamige boek trekt vzw Doedeskadèn naar een aantal zorgvoorzieningen in de gemeente om het cultuurprogramma voor te stellen. Ze maken van het digitale en analoge aanbod een ‘levende’ brochure. Doedeskadèn treedt ook nadien op als brugfiguur wanneer mensen kaartjes komen kopen en tijdens de voorstellingen zelf.

Het volledige aanbod toegankelijk maken en communiceren, is voor sommigen wat veel en niet altijd nodig. Sommige werkingen maken een selectie van welke voorstellingen toegankelijk zijn voor mensen met een handicap. Zo biedt de Warande in Turnhout onder de noemer Knipoog een selectie van workshops en voorstellingen aan voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. Anderen vinden deze keuze dan weer te bevoogdend en te beperkend. Ze geven aan dat het onmogelijk is om bij voorbaat uit te maken wat bruikbaar is voor mensen met een handicap en wat niet.

Birmingham_Hippodrome

(c) Birmingham Hippodrome  

Ik zit in een netwerk dat bruggen slaat

Netwerken tussen cultuur en welzijn

Mensen gaan zelden graag alleen naar een film of een voorstelling. Mensen met een beperking leven echter vaak geïsoleerd en hebben soms weinig raakvlakken met het gangbare cultuurpubliek. Om hieraan tegemoet te komen, kunnen cultuuraanbieders hun netwerk uitbreiden met zorgvoorzieningen en verenigingen voor mensen met een handicap. Samen kan je collectieve arrangementen uitwerken en aanbieden. Je pakt op deze manier ook veel van bovenstaande informatiedrempels aan.

Zo bemiddelt Lasso, het Brussels netwerk voor cultuurparticipatie en kunsteducatie, tussen zorg- en cultuuraanbieders. In Haren organiseert GC De Linde samen met verschillende zorginstellingen uit de buurt een theateracademie voor mensen met een handicap, met aandacht voor actieve maar ook receptieve cultuurbeleving. 

Het Franse theatergezelschap Théâtre du Christal zet structurele samenwerkingsovereenkomsten op tussen culturele spelers en zorginstellingen en probeert zo een langdurige relatie tussen kunst en zorg tot stand te brengen. Tijdens een jaarlijks festival tonen ze werk van kunstenaars met een handicap. Ze organiseren ook een cursus om het personeel van de culturele centra te sensibiliseren. En ze ondersteunen hulpverleners bij het opstarten van een cultureel project. Ze organiseren ook workshops en voorstellingen binnen zorginstellingen. 

Buddyprojecten

Vanuit de zorg, maar ook vanuit de cultuursector worden er ook buddywerkingen en -projecten opgezet, waarbij vrijwilligers met en zonder beperking samen kunnen genieten van cultuur. Ook voor mensen met een psychische kwetsbaarheid bestaan er buddywerkingen. Zie bijvoorbeeld ook Circuit Sortie van De Genereuzen.

Een buitenlands voorbeeld is Stay up late uit Brighton. Het initiatief voor deze werking kwam van de punkband Heavy Load, waar mensen met en zonder handicap samen muziek maakten. Telkens als de band optrad voor een publiek van mensen met een handicap liep concertzaal na negen uur leeg omdat de busjes naar de instelling terug moesten vertrekken. Gebeten om hier iets aan te veranderen, richtten ze 'Stay Up Late' op en werkten ze een systeem uit van Gig buddies, mensen met en zonder handicap die samen naar muziekoptredens gaan. De Britse kuststad Brighton telt veel concertzalen en veel bands doen Brighton aan op hun tournee door het Verenigd Koninkrijk. Een ideale voedingsbodem voor dit initiatief. 

Ik kan het me veroorloven

Veel mensen met een beperking moeten het stellen met een beperkt budget. Bovendien komen ze bij cultuurparticipatie vaak voor bijkomende kosten te staan, zoals aangepast vervoer of het vergoeden van een assistent. Ook mensen met een persoonlijk assistentiebudget moeten dus wikken en wegen als ze aan cultuur willen deelnemen.

Om cultuurparticipatie betaalbaar te houden, bestaan er verschillende lokale initiatieven zoals de Uitpas, vrijetijdscheques of gratis kaartjes. Het lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie heeft als opdracht om de lokale participatiedrempels voor personen in armoede weg te werken. Lokale besturen met een zorgvoorziening op hun grondgebied kunnen deze zeker betrekken bij de uitbouw van het lokaal netwerk vrijetijdsparticipatie. Dit sluit ook aan bij evoluties in de zorg op vlak van community building en community care.

Vrijuit geeft korting op bovenlokale cultuurevenementen via haar lidorganisaties. Ook voorzieningen en verenigingen voor mensen met een beperking kunnen lid worden van Vrijuit. En via de European Disability Card kunnen mensen met een handicap genieten van bepaalde maatregelen om hun cultuurbezoek te vergemakkelijken, zoals kortingen, brochures in eenvoudige taal, vlottere toegang tot attracties, assistentie, gespecialiseerde gidsen …

Ook voor de begeleiders

In de provincies Vlaams-Brabant en Limburg en in Mechelen kan je een begeleiderspas aanvragen waarmee een persoon met een handicap een begeleider gratis kan meenemen naar het theater, optredens, sportmanifestaties, tentoonstellingen ... 

(c) Stay up late

(c) Stay Up Late 

Ik vind een oplossing op vlak van mobiliteit

Voor veel mensen met een beperking is mobiliteit niet evident, zeker als ze afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Collectieve oplossingen en buddywerkingen hebben als bijkomend voordeel dat ze ook mobiliteitsproblemen helpen aanpakken. Toch is het ook belangrijk dat mensen met een handicap zich ook autonoom kunnen verplaatsen als ze dat wensen.

Op www.ikgeraakerniet.be kunnen mensen hun verhaal kwijt, maar je vindt er ook heel veel inspirerende voorbeelden van wat wel mogelijk is. Op www.meermobiel.be lees je meer over de rechten van mensen met een handicap op vlak van vervoer en over de tussenkomsten die ze kunnen ontvangen zoals taxicheques en dienstencheques voor vervoer van personen met een beperkte mobiliteit.

Sommige cultuuraanbieders brengen hun aanbod ook gericht naar plekken die voor mensen met een handicap vlotter bereikbaar zijn, zoals buurt- of dienstencentra, zorgvoorzieningen of parken en pleintjes in de buurt.

Omwille van de bereikbaarheid richt men soms ook 's ochtends of 's namiddags voorstellingen in voor mensen met een handicap. Soms helpt dit effectief om drempels te verkleinen. Maar waak er wel over dat dit niet enkel gebeurt omwille van het praktische gemak van de begeleiders. Mensen met een handicap horen ook 's avonds thuis in de schouwburg, tussen het gangbare publiek. 

De omgeving en/of het gebouw zijn toegankelijk

Dit is één van de meest bekende elementen van toegankelijkheid. De bouwkundige expertise vind je bij Inter. Bij hen kan je terecht voor dienstverlening en advies. Op hun website Toegankelijk Gebouw vind je praktische informatie, goede voorbeelden en aanbevelingen voor ontwerpen en uitvoering. Je leest er ook alles over de regelgeving voor toegankelijkheid. Ook voor de toegankelijkheid van evenementen kan je bij hen terecht.

Op de databank van Toegankelijk Vlaanderen vind je toegankelijkheidsinformatie over heel wat culturele infrastructuur die kon gescreend worden met steun van de Vlaamse overheid. De Vlaamse overheid verleent ook investeringssubsidies voor grote (stedelijke) en sectorale accommodaties in de sectoren jeugd en cultuur, de zogenaamde FOCI-middelen. Toegankelijkheid is daarin één van de prioriteiten. Deze middelen zijn vooral voorzien voor grote culturele instellingen. Sommige lokale besturen geven ook kleinere subsidies voor renovaties die toegankelijkheid bevorderen.

Naast een technische screening door specialisten, kan je ook je gebouw laten screenen door mensen met een handicap zelf. Je krijgt een zicht op hun persoonlijke beleving en het vergroot hun betrokkenheid op je organisatie. Onderaan deze pagina lees je in de eindverhandeling van Marieke De Smet hoe je zoiets aanpakt en tot welke resultaten dat leidt.

Ook de buurt rond je gebouw telt mee

Veel mensen gaan voor of na een cultureel bezoek een hapje eten of iets drinken. Mensen met een handicap zijn daarin niet zo verschillend. Het kan een extra service zijn om op je website te vermelden welke café's of restaurants in de buurt toegankelijk zijn en wat toegankelijke routes zijn naar en rond je schouwburg of museum. Sommige steden zoals Gent of Brussel hebben een toeristisch plan uitgewerkt voor rolstoelgebruikers. Zover hoef je natuurlijk niet te gaan, maar misschien vind je er inspiratie voor jouw buurt?

Birmingham_Hippodrome

(c) Birmingham Hippodrome 

Ik voel mij welkom, ik hoor er bij

Eenmaal voorbij de brede voordeur en de statige inkomhal kan de magie van een avond film of muziek beginnen. Maar omdat mensen met een handicap opgroeien en leven in een soort parallelle wereld, hebben velen onder ons nooit 'geleerd' om op een fijne manier met hen op te gaan. Onze samenleving is niet voorzien op hun aanwezigheid. Dat voel je ook in de culturele instellingen. Eventueel kan je vorming voorzien voor het baliepersoneel of de zaalmedewerkers over hoe ze mensen met een handicap op hun gemak kunnen stellen.

Cultuurinstellingen kunnen ook verschillende technische/praktische hulpmiddelen voorzien zoals een ringleiding, voelstoel, boventiteling, audiodescriptie, doventolk, ... om de beleving van de toeschouwer te bevorderen. NT Gent ontwikkelde theatertablets voor dove en slechthorende bezoekers. Ook zien we dat sommige cultuurcentra een specifieke omkadering aanbieden voor mensen met een (verstandelijke) handicap van hun reguliere programmatie, zoals bijvoorbeeld Bravooo van Concertgebouw Brugge. 

Heilige stilte

Een delicate zaak is wanneer mensen met een handicap ongecontroleerde geluiden maken. Zowel voor de artiesten als voor de andere toeschouwers kan dit erg storend zijn. Mensen met een handicap worden dan vaak gevraagd om de zaal te verlaten. Nochtans is het voor ons erg duidelijk: mensen met een handicap gooi je niet buiten.

Als het vervelend is, zit je toch samen de rit uit. Andere leden van het publiek die hun beleving verstoort zien, kunnen gecompenseerd worden. Een muzikant die van alteratie niet de perfecte performance neerzet, leert dat de wereld desondanks toch blijft draaien. Iemand buiten smijten die zijn enthousiasme niet goed kàn beheersen, is echt het allerlaatste.

Natuurlijk speelt de keuzevrijheid van de kunstenaar een rol. Niet alleen om bepaalde geluiden te tolereren maar ook om een boventiteling of een doventolk naast zich te tolereren. Er zijn makers die alle aandacht op zich willen en absolute stilte voor hun concentratie. Dat is hun volste recht, maar dan moeten ze daar ook open en eerlijk over communiceren en niet pretenderen dat 'iedereen welkom is' wanneer dat niet zo is.

De communicatieplicht wordt nu vaak bij de persoon met een handicap gelegd. Deze moet z'n komst aankondigen en beleefd op voorhand vragen of ze wel mogen komen. Maar het is aan de organisator om die grijze zone weg te nemen, niet aan mensen met een handicap om te dubbelchecken of ze wel echt welkom zijn als ze een ticket hebben gekocht. 

Opmerkelijk is trouwens dat veel van die theatercodes in zekere zin arbitrair zijn. Ze draaien grotendeels rond zelfbeheersing (stil zijn, geen kuchje of niesje, klappen op het juiste moment en de juiste manier …). Ze zijn gecultiveerd door de adelijke elite in de 18de en 19de eeuw om zich te onderscheiden van de opkomende bourgeoisie. Ze blijven tot op vandaag een uitsluitingsmechanisme, ook al zijn ze zogezegd ‘mainstream’ geworden. Ze hangen zo vast aan onze podiumcultuur dat elke verandering meteen wordt aangevoeld als een verlies van kwaliteit.

Er zijn echter ook makers en spelers die losser kunnen omspringen met die theatercodes, die genieten van de interactie met het publiek. Ook bepaalde voorstellingen lenen zich hier beter toe dan andere.

Relaxed performance

In het Verenigd Koninkrijk experimenteert men daarom met een ‘relaxed performance’. Felle lichten en geluiden worden achterwege gelaten, het zaallicht blijft een beetje aan. Er is tolerantie voor spontane kreten en geluiden en voor mensen die opstaan uit hun stoel en rondlopen in de zaal. Ook kan je vrij in en uit de zaal en er is een plekje voorzien als je even wil bekomen van de voorstelling. Dat staat ook zo aangekondigd, iedereen weet op voorhand waaraan zich te verwachten. Voorbeelden vind je bij de Birmingham HippodromeShakespeare's Globe of The National Theatre. In Vlaanderen ging de Vooruit in Gent er als eerste mee aan de slag. 

Ik heb er iets aan: dit is bruikbaar en betekenisvol, dit wil ik nog doen

Last but not least speelt ook de bruikbaarheid van het aanbod een belangrijke rol. Omdat veel mensen met een handicap slechts sporadisch een concert of een theaterstuk meepikken, willen begeleiders vaak zeker zijn dat het een fijne ervaring wordt. Maar een voorstelling werkt natuurlijk op heel veel verschillende betekenislagen, zodat je eigenlijk niet op voorhand kunt bepalen wie zal geraakt worden en op welke manier. Cultuur kan inderdaad verlichten en ontspannen, maar ook verontrusten, ontroeren of confronteren. Ook die ervaringen horen bij cultuur en waarom zouden we ze uit de weg gaan bij mensen met een handicap?

Er worden in ons land en in het buitenland ook theater-, dans- en muziekvoorstellingen gemaakt waarin kunstenaars met een handicap betrokken zijn. Het programmeren van dergelijke voorstellingen kan de herkenbaarheid en representativiteit voor/van mensen met een handicap bevorderen, zoals in Kukunor, een theaterstuk in gesproken taal en gebarentaal.

Het kan erg betekenisvol zijn om de thema's en ervaringen van mensen met een handicap op scène te brengen. Zo maakt het Franse theatergezelschap La Compagnie du Savon Noir voorstellingen met een groep amateur-acteurs met een handicap. Hun toneelstuk 'Pas d'Omelette Sans Casser des Oeufs' behandelt onderwerpen als autonomie, discriminatie op de arbeidsmarkt en de frictie tussen het liefdesleven van mensen met een handicap en de regels en voorschriften in de zorgvoorziening. Op basis van deze voorstelling organiseert la Compagnie du Savoin Noir workshops in zorgvoorzieningen om het taboe op liefde, seksualiteit en handicap te doorbreken en om het debat in de voorziening op gang te brengen.

Al gaat het hier natuurlijk niet over een 1-op-1 relatie. Stukken van/met mensen met een handicap verdienen een breder publiek en mensen met een beperking hoeven niet enkel te kijken naar voorstellingen waarin ze zichzelf kunnen herkennen.

Ook mensen met een ernstig verstandelijke beperking kunnen trouwens genieten van cultuur, in de vorm van sensorische voorstellingen die op hun maat worden gemaakt. In Vlaanderen kan je hiervoor terecht bij het Huispaleis maar ook in het buitenland vind je verschillende voorbeelden.